Jesaja en Micha.
Dit gedeelte in Jesaja 2 is identiek aan Micha 4:1-5.
Micha was tijdgenoot en verbleef ook aan het hof van Hizkia.
God gaf beide profeten dezelfde openbaring.
In de mond van 2 getuigen is de waarheid.
Laatste van de dagen.
Hoogste of hoofd.
Hoogste staat er NIET.
Letterlijk:
Overal in de wereld zijn bergen met godentempels. De berg Sion heeft echter de tempel van de HEERE en is daardoor het hoofd van de bergen. Dwz. Israëls God zal overal erkend worden.
VdW:
Dit is de tempel van het vrederijk.
Heidenvolken.
Gôyim = heidenvolken. Het zijn dus voormalige vijanden die optrekken naar Sion, maar nu om God te dienen.
Stromen.
Daarin zit het woord voor rivier. Allerlei kleine beekjes verenigen zich. Zo is het ook met de heidenvolken. Allerlei kleine groepjes verenigen zich tot een grote stroom naar Sion, naar Gods tempel.
Veel volken.
= ammîm dwz. volken die zich met vreugde onder de Messias hebben geschaard.
Huis van God van Jakob.
Waarom Jakob?
Volgens de Talmoed was hij degene die onbewust de berg Moria Beth-El (= huis van God) noemde, toen hij daar droomde.
Hij lag op de plaats waar later het heilige der heiligen was.
Aangaande Zijn wegen.
Letterlijk:
De heidenen staan verder af. Zij hoeven niet alle wegen te leren, maar leren een deel van Zijn wegen.
In het vervolg heet dat "paden".
De heidenen houden de zeven Noachitische geboden.
De wet gaat uit van Sion.
De context gaat over het vrederijk. Dan zit Jezus op de troon van David.
Dan gaat iedereen op aarde gehoorzamen aan Zijn wet.
Daar bidden we nu om in het Onze Vader: "Laat Uw wil overal op aarde gebeuren, zoals die nu in de hemel gebeurt.
Jesaja 51:4 spreekt er ook over hoe Jezus Zijn wet laat uitgaan.
Israël woont veilig.
Ze zullen niet meer uit Gods land weggaan.
Heidenvolken en volken.
ammîm = volken die een relatie hebben met God.
Ná het gericht over de heidenvolken, zijn deze volken een relatie aangegaan met de Messias die is wedergekomen. Ze willen vrede. De vijandige heidenvolken zijn er dan niet meer.
Oordelen.
De wapens zijn weg. De oorlogen voorbij. Bij onenigheid tussen volken zal God rechtspreken.
Het vrederijk is aangebroken.
Vrede tussen mensen.
Vrede tussen dieren.
Huis van Jakob.
= 12 stammen.
Ze zijn weer in Gods land.
Ze hebben Jezus als koning op Davids troon.
Dag van de HEERE.
Deze benaming staat in
Die dag gaat vooraf aan de toekomstige heerlijkheid die wordt beschreven in
Uw volk hebt U verlaten.
In de tijd van Jesaja was God nog niet weg. Hij ziet dat als toekomst.
Ezechiël ziet God uit de tempel vertrekken naar de Olijfberg.
Goddeloosheid uit het oosten.
Afgoderij uit Babel.
Dat is in de eindtijd dé afgoderij.
"Wolken duiden".
= waarzeggerij.
Hun land.
Wat is "hun land"?
Land vd heidenen? In de grote verdrukking zal de wereld vol zijn van de verering van de antichrist.
Rijk en arm dient afgoden.
In de grote verdrukking móét iedereen het beeld van de antichrist vereren.
Ga de rotskloof in.
Straf voor de goddelozen.
Het zal de volgelingen van de antichrist slecht vergaan.
De HEERE hoog verheven.
Dit zal ná de wederkomst gebeuren. Gods rijk wordt gevestigd.
Dag des HEEREN.
Het is de tijd van Gods toorn die beschreven wordt van Openbaring 6 t/m Openbaring 19. Dus de gerichten van de zeven zegels, de zeven bazuinen en de zeven schalen. Het heet ook wel
Tegen elk die zich verheft.
De antichrist is degene die zich verheft. Hij laat zich als God vereren.
Ook veel anderen zijn trots en hoogmoedig en zeer vijandig tegen God.
Ceders.
Tegen de machthebbers van de wereld.
Tegen de hoge bergen.
Daar lagen / liggen de afgodische heiligdommen.
Schepen van Tarsis.
Zeeschepen.
Tegen...
Tegen het economische systeem, dat onder controle van de antichrist staat.
De HEERE hoog verheven.
Afgoden vergaan.
In de grote verdrukking moet iedereen het gruwelijke beeld van de antichrist dienen.
Schuilen in de grotten.
De toorn van God en van het Lam barst los.
Het gaat hier dus duidelijk over de tijd van de grote verdrukking die van Openbaring 6 tot Openbaring 18 wordt beschreven.
Weg met de afgoden.
De antichrist plaatste een gruwelijke afgod in de tempel.
Ieder was verplicht de antichrist als god te vereren op straffe des doods.
Er zullen veel kleine afbeeldingen zijn van deze "gruwel".
Weg ermee!
Zie af van de mens.
Zie af van de antichrist.
De antichrist heet ook hier "mens".