Hoofdstuk 19


Vers 1

De last.

Dat wil zeggen: een woord van God dat de profeet als een last is opgelegd.

Over welke tijd gaat dit?

Deze profetie past niet in de oude tijd.

Het gaat over de toekomst.

Dat blijkt zeker uit de verzen 18, 19, 21, 22, 25.

De antichrist, de wrede koning uit vers 4, laat zich als afgod vereren. Die afgodsbeelden staan ook in Egypte. Die beelden beven nu.

Vanwege de keus vóór de antichrist wordt Egypte zwaar gestraft.



Vers 2

Burgeroorlog.



Vers 3

Afgoden raadplegen.

Hang naar occultisme.



Vers 4

Wrede koning.

=antichrist.



Vers 5

Het water uit de zee...

Yâm =

Eufraat en Nijl verdrogen. Over het uitdrogen van de Eufraat lezen we in



Vers 6

Rivierarmen.

Dat zijn kanalen of waterlopen. Waarschijnlijk irrigatiekanalen.



Vers 8

Treuren..

Als de Nijl geen water meer heeft, stort de economie in. Dat betekent de ondergang van Egypte als natie.



Vers 11

De vorsten van Zoan.

Een radeloze regering gaat hier ten onder.


Farao.

De regeerder van de toekomst heet hier ook farao. Het zal een vazal zijn van de antichrist.

Hij is de "koning van het zuiden". Die komt in opstand tegen de antichrist.



Vers 13

Nof.

Memfis.



Vers 14

Een Geest van verwarring.

Vanwege de keus voor antichrist, krijgt Egypte het oordeel van God. Egypte wordt zwaar gestraft.



Vers 15

Anders vertaald.

VdW:


Hoofd = Nijldelta.

Staart = lintbebouwing langs de Nijl.

Palmtak noch riet : ziet op verdwijnen van economische activiteit. Dat komt omdat de Nijl zal uitdrogen.



Vers 16

Op die dag.

Deze uitdrukking staat voor iets in de eindtijd.


De Heere komt naar Egypte.



Vers 17

Waar zijn we in de tijd?

Vs 17 wordt heel verschillend vertaald en uitgelegd. Chronologisch zijn we nu ná de aardbeving die de Olijfberg splijt en de Nijl drooglegt.

Het Messiaanse rijk is begonnen. Dan verwacht je geen oordelen meer, maar maatregelen van bestuur.


VdW: Dan zal het geschieden dat het grondgebied van Juda voor Egypte tot een sacrale verplichting zal worden voor zover die door Hem aan haar vermeld wordt.

(Egypte) zal vrezen voor de raad van JHWH van de hemelse legers, die Hij besloot aangaande hem.


Uitleg: Egypte wordt verplicht om JHWH eer te bewijzen. Ze moeten o.a. het Loofhuttenfeest vieren en jaarlijks optrekken naar Judea .



Vers 18

De taal van Kanaän.

Egypte wordt trouw aan de Messias. Zelfs Hebreeuws wordt er in 5 steden gesproken.


Stad van de zon.



Vers 19

Door het altaar en de gedenksteen toont Egypte dat ze JHWH dienen.



Vers 20

De onderdrukkers.

Aan die slechte regering wordt een einde gemaakt door de Messias.



Vers 21

God dienen met slachtoffer.



Vers 22

God zal hen genezen.

Genezen van occultisme.



Vers 23

Gebaande weg.

Een snelweg tussen Egypte en Assyrië via Israël.


Samen de HEERE dienen.

Bij oprechte bekering is er voor de heidenvolken ook redding en een mooie toekomst, samen met Israël.

Hier gaat het over de toestand in het vrederijk.

We lezen ook over oordeel over Egypte. Dat gebeurt vóór het vrederijk.



Vers 25

Gods zegen over drie landen.

  1. Egypte.
  2. Assyrië.
  3. Israël, Gods eigendom.



<