Hoofdstuk 2


Vers 1

Ik.

De bruid zoals HSV voorstelt. Ze noemt zich een lelie der dalen, kwetsbaar en mooi en dat neemt de bruidegom in het volgende vers over.


Saron.

Vlakte tussen Joppe en Karmelgebergte.


Roos.

In dit hoofdstuk..



Vers 2

Lelie.

Het geliefde meisje is een hoge witte bloem die boven het gras uitsteekt. Dit is geen oppervlakkige romantiek, maar een erkenning van haar waarde. Tussen de distels hoort ze eigenlijk niet. Zo hoort ook zijn lieve meisje niet tussen die stekelige hofdames. Ze is in Salomo's tenten ook in een verkeerde omgeving.


Lelie tussen distels.

De bruid is zoveel aantrekkelijker dan welk meisje ook.



Vers 3

Appelboom.

De liefste herder is heel anders dan de rest. Ze wil graag bij hem zijn, in zijn schaduw zitten. Dit is genieten van de liefde, maar mét bescherming. In onze tijd wordt seksualiteit losgemaakt van bescherming en veiligheid. Het bewaren van seksualiteit tot in het huwelijk is geen beperking, maar bescherming.

Appelbomen zijn erg zeldzaam in Israël.

Zijn vrucht is zoet, dat wijst naar zijn liefde.


In Hooglied 7:8 ruikt de bruid nog naar de appels, de vruchten van haar geliefde herder.


Wie veel met Jezus omgaat, gaat ook Zijn geur verspreiden.



Vers 4

Wijnhuis en liefde.

Wijn is het beeld van vreugde.

Bij haar geliefde ervaart de bruid vreugde en liefde. Daar verlangt ze naar. Met hem kan ze gelukkig zijn.

Liefde bloeit wanneer ze wordt omringd door veiligheid en trouw.

Liefde is zeker géén ervaring die komt en die gaat.


Banier.

Een legereenheid moest zich rond de banier verzamelen.

Zo is de liefde van de herder de banier waar de bruid heentrekt.


Mozes geeft een altaar de naam: De HEERE is mijn Banier.

De liefde van Jezus is de banier over ons, gelovigen.



Vers 5

Ziek van liefde.

De herder en de bruid, hun liefde is wederzijds.

Maar... nu de bruid van hem gescheiden is, is ze ziek van de liefde.

Ze verlangt naar versterking.

In Hooglied 5:8 lezen we dit opnieuw.



Vers 6

Verlangen.

Ze mist haar geliefde, ze verlangt naar zijn aanwezigheid, naar zijn omhelzing.

Liefde maakt twee tot één.



Vers 7


Ik bezweer u.

Ik=Sulamith.

U= mnl-vorm.

Ik smeek u met klem.

We vinden deze uitdrukking terug in

Bij de gazellen..

Hieruit blijkt dat ze niet in Jeruzalem zijn.

De woorden "bij de gazellen en bij de hinden van het veld" zijn in het Hebreeuws te lezen als omschrijvende aanduidingen voor 2 namen van God.

Liefde niet opwekt.

Probeer mijn liefde niet op een ander (Salomo) te richten. Mijn hart heb ik aan mijn herder gegeven. Hem blijf ik trouw.


Voordat het haar behaagt.

Totdat zij die liefde schenken kan, aan wie zij dat graag wil.



Vers 8

Springend.

Ze hoort haar liefste, haar herder. Hij komt haar zoeken. Geen berg of heuvel houdt hem tegen. Ze is heel blij.


De bruid is hier ergens op het platteland, want ze ziet haar liefste van veraf aankomen. Ze is niet in Jeruzalem.

Misschien denkt ze terug zoals het was toen ze nog vrij in Sulam was. Hij zocht haar op en vroeg haar mee, het veld in. Het was in het voorjaar.



Vers 12

De tortelduifjes.

Deze duiven voeren altijd een bekoorlijk liefdesspel op.

Tortels passen in dit liefdesgedicht.



Vers 13

En kom.

De bruidegom vraagt haar om te komen, maar ze voldoet daar niet aan. Ze kan niet weg.



Vers 14

Duif.

In de kloven van de rots.

Het meisje is onbereikbaar, zoals een duif in de rotsspleet. Dat wijst erop dat er scheiding is tussen de geliefden.


Laat mij uw gedaante zien.

De herder wil een glimp van zijn bruid opvangen.

De liefde maakt hen onafscheidelijk.

Laat me uw stem horen.



Vers 15

Vang voor ons de vossen.

Dit zeggen de broers van het meisje.

Vossen eten van de druiven.

Vossen graven holen, waardoor de wijngaard schade oploopt.

Liefde is mooi, maar kwetsbaar. Bescherm de liefde.


Onze wijngaarden.

Mogelijk spreken hier de broers.

Sulamith mocht niet mee met haar herder. De broers zijn zuinig op hun zus en willen de ontmoeting met de herder voorkomen. De broers sturen haar naar de wijngaard om de vossen te vangen.



Vers 16

De liefste is van mij.

Ze herhaalt dit in:



Vers 17

Tot de wind van de dag...

De Leidse vertaling heeft: totdat de dag koel wordt.

Dus ze zegt tegen de liefste dat hij in de avond terug moet komen.

Bether.

=scheiding.

Bergen van scheiding, maar als de herder als een ree of hert is, dan komt hij er overheen.

Het gaat dus waarschijnlijk om bergen in de buurt van Sulam. Bergen die geuren.



<