Geboren.
Het werkwoord is actief, dus "baren" is beter.
Is de tegenstelling dan: in het leven zetten en het leven verlaten?
Er worden hier 28 tijden genoemd. De maankalender gaat uit van 28 dagen per maand. De maan bepaalde toen de tijd.
De levenstijd verkorten of verlengen.
Plussen en minnen.
Wegwerpen of verzamelen.
Dit kan ook wijzen op tijd van vrede (stenen verzamelen en vrouw omhelzen) en tijd van oorlog. (stenen wegslingeren en niet omhelzen)
Voordeel.
Op het moment zelf heeft het werk zeker voordeel. Werk geeft je vaak vreugde en inkomen. Maar als je het in groter perspectief ziet, is het een cirkel van komen en gaan.
Mooi gemaakt.
We zien de schoonheid van Gods schepping wel, maar we krijgen nooit echt vat op de wereld om ons heen.
Alles is voortreffelijk en met een doel gemaakt.
Elk proces is voortreffelijk. Alles draagt bij aan het grote meesterwerk van God.
Eeuw in het hart.
We hebben goed besef van wat voorbij gaat en van wat blijvend is, het "eeuwige".
We denken na over wat ná dit leven zijn zal. Wij kunnen echter alleen het verleden en het moment van nu overzien.
Daarom kunnen we Gods doen niet goed begrijpen.
Het tijdelijke geeft geen echte bevrediging.
We zijn als een bijziende. We kijken van dichtbij naar een detail van een wandkleed. We zien dat het een kunstwerk is, maar het geheel ontgaat ons.
Eeuw=eeuwigheid.
We hebben de kennis van het eeuwige wezen van God. We weten van Zijn eeuwige kracht.
Verblijden
Over Gods goede daden en gaven blij zijn.
Niets beter???
Gave van God.
Al is het een gave, dan toch blijft onze inspanning nodig.
Zo ligt het ook bij het geloof.
Ook het evangelie komt tot ons als een gave van God. Wij mogen het aannemen. En dat is ook Gods genade als we zo, door te geloven, zalig worden.
Eeuwig blijft.
Dit is een duidelijke tegenstelling met hoe het bij mensen is. Daar is alles tijdelijk. Wij maken ongedaan wat we deden. Dat doet God niet.
Zo is Gods werk ín ons ook blijvend. Halleluja!
Zijn woord is blijvend.
Gods doel.
Gods werk laat zien wie Hij is:
God wil dat we op Hem vertrouwen in alles.
God zoekt.
God laat telkens weer opnieuw gebeuren wat er al was.
Dat lijkt uitzichtloos, maar zo houdt God wel de wereld in stand. Zo is het toch een zegen.
God komt op alle dingen, die voorbij zijn, wel terug.
Rechtbank.
Juist in de rechtbank zou je recht verwachten, maar ook daar is onrecht helaas.
Onrecht is dus overal.
Er is een tijd.
Er is een tijd voor onrecht.
God heeft ook een tijd bepaald voor Zijn gericht. Ook rechters zullen berecht worden. Het onrecht op aarde heeft niet het laatste woord.
Mensen moeten inzien...
Mensen zijn sterfelijk, net als dieren.
Mensen zijn hebzuchtig en wreed, net als dieren.
Dat moeten de mensen inzien. Dit is de waarheid.
Mens en dier.
Ook biologisch lijken mensen veel op zoogdieren. Maar bij de schepping is wel een groot verschil. De mens wordt:
Hier heeft prediker het over mensen zoals ze beschreven worden in
Naar één plaats.
Die plaats is het dodenrijk = Sheool.
Niemand ontkomt aan die plaats onder het OT.
Wie verdrinkt of wordt opgegeten of verbrandt, ontkomt wél aan het graf, maar níet aan het dodenrijk.
Na Jezus' hemelvaart is dat anders geworden. Hij voerde de gelovigen uit het dodenrijk naar het hemelse paradijs.
Elke gelovige die overlijdt, gaat daar nu heen. Elke ongelovige gaat nog steeds naar het dodenrijk totdat de tweede opstanding aanbreekt. Dat gebeurt 1000 jaar ná de eerste opstanding, de zalige opstanding.
Wie merkt dat?
Het vergaan van het lichaam kunnen we waarnemen. Maar wie beseft en weet waar de levensgeest blijft?
De vraag is niet of de geest terugkeert tot God, maar of we het kunnen waarnemen.
Salomo weet het niet uit waarneming, maar uit Gods openbaring.
Dat is zijn deel.
Een conclusie.
Voor de wereldling is dit het beste deel.
Blijdschap.
Geniet van de werken die je hier doet.
Wees vooral verheugd in God. Dat is het blijvende bij alles wat voorbijgaat.