Hoofdstuk 6


Vers 1

Borg.

Een borg moet de schuld afbetalen als de schuldenaar zelf niet kan betalen.



Vers 2

Verstrikt.

Door je belofte om borg te zijn, zit je eraan vast.



Vers 3

Dring bij je naaste aan.

Help de schuldenaar zo goed mogelijk, zodat hij de schuld toch zelf kan afbetalen.



Vers 4

Wees ijverig voor deze zaak.



Vers 5

Red je.

De borg zit in een gevaarlijke situatie. Red je daar zo snel mogelijkheid uit.



Vers 6

Ga naar de mier.

De mier is een voorbeeld voor een luiaard.

Wij kunnen veel vd mieren leren.

Wie programmeerde de mieren om zo samen te leven en te werken? God, de Schepper.



Vers 10

Dit zijn woorden van de luiaard.



Vers 11

Armoede en wandelaar.

De wandelaar loopt niet snel, maar komt zéker dichterbij. Zo komt de armoede ook zeker dichterbij.


Een gewapende man.

Die overvalt de luiaard en rooft wat hij nog heeft. Door luiheid raak je aan lager wal.



Vers 18

Een hart.

Het hart is de middelste van de 7 gruwelen.

Uit ons hart komt al dat kwaad voort.



Vers 21

Vastbinden en omhangen.

Je moet dat goede onderwijs van je ouders dichtbij je houden. Wees er zuinig op en leef ernaar.



Vers 23

Het gebod.

Dat is het onderwijs van je vader. Het verlicht jouw levensweg.

Onderricht.

Dat is het onderwijs van je moeder. Ook dat verlicht jouw levensweg.



Vers 26

Tot een homp brood.

Het leven eindigt in armoede. Weinig te eten.


Jaagt op een kostbare ziel.



Vers 27

Door een overspelig leven loop je altijd schade en oneer op.



Vers 29

Niet onschuldig.



Vers 30

Begrijpelijke diefstal.

Als iemand erge honger heeft kan men diefstal begrijpen. Goed is het niet. Als hij betrapt wordt, moet hij wel vergoeden. Hij kan het dus weer goed maken.



Vers 32

Zonder verstand.

Letterlijk: ontbreekt het hart.


Richt zijn ziel te gronde.

De dief uit vers 30 kon zijn begrijpelijke diefstal nog goed maken.

Een overspelige man kan het niet meer goed maken. Er zal wraak volgen.



Vers 34

Jaloersheid.

Dit is na-ijver.

Dat is positieve jaloersheid. Een man gunt zijn vrouw niet aan een ander.



Vers 35

Geschenk vergroten helpt niet.

De dief uit vers 30 kon zijn begrijpelijke diefstal nog goed maken door 7-voudig te vergoeden.

Dat helpt bij overspel echt niet.



<