Hoofdstuk 10


Vers 1

Wijs of dwaas.



Vers 2

Gerechtigheid redt...

Wie gerechtigheid doet gaat in de weg van God. Dat bewaart ons voor doodstraf door de overheid.

Maar alléén de gerechtigheid van Jezus redt ons van de eeuwige dood.

Geloof in Hem en je zult zalig worden.



Vers 3

Geen honger...

Ook geestelijk is dit waar. De HEERE kan wel beproeven, maar wie hongert naar gerechtigheid wordt verzadigd. Dat zijn Jezus' woorden.



Vers 8

Wijs van hart.

Dat geldt voor een gelovige.

Hij leeft volgens de geboden van de overheid, maar vooral naar Gods geboden.

Daaruit blijkt zijn liefde voor God.



Vers 12

Liefde bedekt.



Vers 16

Inkomen van de goddeloze.

Wat de goddeloze aan geld verkrijgt, dat gebruikt hij om meer te zondigen.



Vers 17

Weg ten leven of dwaalweg.

Wie de vermaning ter harte neemt heeft veel voordeel. Wie de vermaning verwerpt gaat de ondergang tegemoet.



Vers 23

Waarin heb je vermaak?

De dwaas vermaakt zich in dwaasheid.

De wijze vermaakt zich met wijsheid.



Vers 24

Vrees van de goddeloze.

Hij vreest voor Gods straf en die komt zéker.


Verlangen van de rechtvaardige.



Vers 25

Goddeloos of rechtvaardig

De rechtvaardige heeft een eeuwig fundament.

Hij is gebouwd op het fundament, waarvan Jezus de Hoeksteen is.

Psalm 37 maakt de verschillen heel concreet.



Vers 26

Rook voor de ogen.

Buitengewoon irritant.



Vers 27



Vers 28

De verwachting van de rechtvaardige.

De hoop van goddelozen.



Vers 29



Vers 30



Vers 32

Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.



<