Hoofdstuk 9


Vers 1

Strijd tegen afgoden.


Tijd?

Van januari tot april is vee buiten. Dat is na de overstroming van de Nijl. Toen was deze plaag waarschijnlijk.



Vers 3

Vee in het veld. Wanneer was deze plaag?

Egypte kende drie seizoenen die met de Nijl samenhingen:

  1. Overstroming (± juni – september)
    Het land staat grotendeels onder water.
    Vee staat meestal niet in de velden, maar op hoger gelegen plaatsen of bij stallen.
  2. Groei- en zaaiseizoen (± oktober – februari)
    Het water is weggetrokken.
    Er groeit gras en gewassen.
    Vee graast vaak in de velden.
  3. Oogstseizoen (± maart – mei)
    Gewassen worden geoogst.
    Vee kan nog buiten lopen, maar er is minder groen.


Verbinding met de volgende plaag.
In dit hoofdstuk staat ook dat de plaag van hagel vlas en gerst trof.

Gerst stond in de aar
Vlas stond in de knop
In Egypte gebeurt dat normaal rond januari–februari.
Conclusie
Omdat het vee in het veld was, en de gerst en vlas bijna rijp waren,
is het zeer waarschijnlijk dat de plaag van veepest plaatsvond rond: januari of februari.



Vers 4

Onderscheid.

Zo weet farao goed dat het geen epidemie is.

Het is de God van Israël die Zijn macht toont. Hij beschermt Israël.



Vers 5



Vers 6

Al het vee.

Er stierf veel, maar niet ál het vee. Het was vooral allerlei vee. Volgens vers 19 was er nog veel vee over.

Ook voor de achtervolging had farao nog wagenpaarden en paarden voor de ruiters.



Vers 8

6e plaag.

Tegen Sechmet, de vrouw van Ptah. Ze had een leeuwenkop.

Dat is de godin van de ziekten.

De HEERE strijdt tegen de Egyptische goden.



Vers 9

Zweren.

Vaak genoemde mogelijkheden.

  1. Pokken (smallpox-achtige ziekte)
    veroorzaakt pustels en blaren over het lichaam.
    Kan snel verspreiden,
    geeft koorts en ernstige huidletsels.
  2. Anthrax (miltvuur)
    komt bij vee en mensen voor en
    veroorzaakt zwarte zweren op de huid.
    Dit past bij de vorige plaag waarbij veel vee al gestorven was.
  3. Ernstige huidinfectie (steenpuisten)
    Het zijn pijnlijke etterende zweren en ze kunnen plotseling bij veel mensen optreden.



Vers 10

Vóór de farao.

Mozes deed dit wonder niet in het geheim. Farao kon goed weten, waar deze plaag vandaan kwam.



Vers 12

De HEERE verhardde.

In de onderstaande teksten lezen we dat farao zelf zijn hart verhardde. Bij 5 plagen kreeg farao de kans om tot inkeer te komen. Nu, bij de 6e plaag, geeft God hem aan de verharding over.

Heeft God de schuld?

Heeft de zon schuld als klei hard wordt en was smelt?

Farao gedraagt zich als klei.



Vers 13

God strijdt tegen de afgoden.

Cycli van 3 plagen.

Er zijn 3 cycli van elk 3 plagen. Plaag 10 staat apart. Elke cyclus begint met een ontmoeting tussen Mozes +Aäron en de farao in de morgen.



Vers 16

God bewijst Zijn kracht in farao.



Vers 19

Gewaarschuwd.

God wil niets liever dan dat de zondaar zich bekeert.

Ook bij deze plaag wil God mens en dier behouden.



Vers 20

Ontzag voor God.

Er waren dienaren van farao die diep ontzag hadden voor Gods woord.

Ze brachten hun bezit in veiligheid.



Vers 21

Veel doden te betreuren.

Volgens vers 19 zullen mensen en dieren die buiten zijn, omkomen door de hagel.

Ook het gewas op het land zal zwaar beschadigd worden.



Vers 24

Talmoed zegt dat het hete stenen waren, geen ijs.



Vers 27

Uitwendige belijdenis geeft reeds verlichting. Zo ook later bij Achab.


Farao stuurt boden.

Op dat moment was de hagelbui even voorbij en konden de boden naar Mozes en konden Mozes en Aäron naar farao.



Vers 29

Buiten de stad bidt Mozes.

Mozes spreekt dus een tijd af waarop de plaag zal stoppen.

Farao moet goed weten dat de HEERE de plaag zond en dat de HEERE de plaag stopt.



Vers 30

Ik (Mozes) weet...

God had al bij de brandende braambos gezegd dat farao niet zou luisteren.



Vers 31

Vlas en gerst. Wanneer?

Deze plaag was dus waarschijnlijk eind februari/begin maart.

De uittocht was op veertien Abib, eind maart / begin april.



Vers 32

Tarweoogst.

De oogsttijd is van maart tot juli.

De tarweoogst is later dan de gerstoogst.

In Israël is de gerstoogst met Pesach en de tarweoogst 50 dagen later met Pinksteren.



Vers 35

Verharding was voorzegd.

Hier verhardt farao zijn hart.

Later geeft God farao aan de verharding over.



<