Tot een god.
Mozes is de vertegenwoordiger van God.
Uw profeet.
Aäron is de woordvoerder.
Mozes geeft hem de woorden van God door.
Een profeet geeft dus woorden van God door.
Mozes zelf was ook een profeet.
Tekenen.
Verharden.
Farao is Gods woorden ongehoorzaam. Dan geeft God hem over aan verharding.
Farao is de schuld van de verharding.
In Exodus 4:21 zegt God al van tevoren dat Hij de ongehoorzame farao zal verharden.
Mijn hand op Egypte.
Dat is Gods straffende hand.
Mijn legers.
Hier gaat het over de aardse legers, Israëlieten.
De God van Israël heet ook God van de legermachten.
Dan zullen ze weten..
Farao zei: "Wie is de HEERE?"
Dat zullen ze spoedig weten.
Hij blijkt de almachtige God te zijn en veel machtiger dan alle afgoden van Egypte.
Slang.
Wijzen en tovenaars.
O.a. Jannes en Jambres en bezweerders uit de priesterkaste.
Door magnetische invloed kon men een slang laten verstijven of de verstijfde slang weer goed maken.
Ze deden hetzelfde.
Het Hebreeuws gebruikt twee verschillende woorden:
Sommige uitleggers zien hierin een aanwijzing dat het wonder van God krachtiger was.
We moeten denken aan echte staven. God geeft satan veel macht. De staven worden slangen, maar er blijft niets van over. De enige slang die overblijft, is de slang van Aäron.
Toverij is occult.
Toverij = magie.
Het is op bovennatuurlijke manier invloed uitoefenen op personen of dingen. Het is dus actief.
Handelingen 8:11.
Handelingen 13:6-8.
Magische middelen.
De farao.
De farao verhardt zich. Als hij zich meerdere keren verhardt, dan geeft God hem over aan verharding.
Farao's naam is Amenhotep II. Hij hoorde bij de achttiende dynastie. Hij leefde ongeveer 480 jaar vóór de tempelbouw door Salomo.
10 plagen.
Het past niet in de traditie van de farao's om negatieve gebeurtenissen te documenteren.
In Egypte vinden we dus niets over de plagen.
3e teken.
Mozes kreeg aanvankelijk 3 tekenen van God:
In de ochtend.
Plagen 1, 4, 7 beginnen in de morgen. Dat wijst op een nieuw begin. Zo zijn er 3 groepen van 3. Plaag 10 staat apart.
De nijlgod.
Hapi, de Nijlgod, was de levengever.
Nu stierf alles. Het blijkt dat de macht van Hapi niets is.
Farao heet wel "grote Hapi". Hij is "zoon van de Nijl".
In de woestijn.
Díe woestijn ligt in Midian, in Saoedi-Arabië.
Daar ligt Sinaï en bij die berg zou Mozes met het volk God dienen, zei God vanuit de brandende braambos.
Ze moesten wel 3 dagen deze woestijn intrekken, om bij de Sinaï te komen.
De totale reis vanuit Egypte vergde veel meer tijd.
Slaan.
God geeft de afgod Nijl letterlijk een slag. Als er geen water is dan is er ook geen leven.
Wanneer?
Waarschijnlijk rond juli–augustus.
Tijdens de Nijloverstroming wordt het water rood door slib en algen. De Bijbelse plaag was echter extreem: Het gebeurde toen Aäron op het water sloeg. De vissen stierven en het water werd ondrinkbaar.
Samenvattend tijdschema.
Vissen.
Egyptenaren aten geen schapen of runderen. Vis was belangrijk voedsel.
De volgende plaag.
Na een week kwam de volgende plaag al.