Hoofdstuk 25


Vers 1

Volgens Gods plan.

De tabernakel wordt gemaakt naar het voorbeeld dat Mozes getoond werd op de Sinaï.

In de hemel zag Johannes later ook de tabernakel en de ark.

De tempel van Salomo was ook volgens Gods plan.

Wat hier op aarde gezien werd in het heiligdom, was een schaduw van de hemelse werkelijkheid.



Vers 2

Hefoffer.

Van hun bezittingen gaven de Israëlieten vrijwillig een deel voor de bouw van de tabernakel.



Vers 4

Hemelsblauw.

Purperslak =Murex trunculus.

Men maakte er hemelsblauw van (=techelet). Stof in deze kleur was het gewicht in goud waard. In 4e eeuw werd privéhandel verboden en ook het dragen. De purperslakjes waren verdwenen. Pas in 1967 ontdekte een visser in Israël de purperslakjes weer. In 1980 ontdekt Otto Elsner opnieuw de productie van hemelsblauw. O.i.v. ultra- violet kan de purperkleur overgaan in zuiver hemelsblauw.

Grootte vh molecuul is 613 micron. (613 geboden).



Vers 8

God in het midden.

In de hof van Eden wil God al bij de mensen wonen. Hier opnieuw. In Openbaring 21:3 wordt dit definitief. Gods plan wordt vervuld.



Vers 9

Getal 5 in de tabernakel.

Getal 5 (of veelvoud) komt veel voor in tabernakel.

5=4+1

De goddelijke kracht komt de zwakheid van de mens te hulp.

In de lengte: 20 pilaren.

In de breedte:10 pilaren.

Afstand tussen pilaren 5 ellen.

Linnen kleden 5x5.

Tent 10 ellen hoog.

Tent 10 ellen breed.

Tent 30 ellen lang.

Heilige 20x10.

Heilige der Heiligen 10x10x10.

Voorkant 5 pilaren.



Vers 10

Accaciahout.

Zeer duurzaam en hard hout.

Gods beschrijving begint bij de ark, niet bij de omheining.

Grootte van de ark.

Lengte: 125 cm.

Breedte: 75 cm.

Hoogte: 75 cm.



Vers 15



Vers 16

De getuigenis.

De beide tafels met daarop de tien geboden.



Vers 20

Naar het verzoendeksel gericht.

De beide cherubs kijken dus steeds naar het verzoenende bloed dat de hogepriester op de verzoendag daarop sprenkelt.



Vers 22

Vandaar zal Ik met u spreken.

Vanaf het verzoendeksel zal God met Mozes praten.



Vers 23

Grootte.

Oppervlakte: ½ m².

Hoogte 75 cm.



Vers 30

Toonbroden.

Elk brood was gemaakt van een dubbele hoeveelheid meel vergeleken met de hoeveelheid manna per persoon.



Vers 31

De kandelaar.

Gemaakt uit 1 talent goud (= 30 kg).

Volgens de overlevering niet gegoten, maar met de hamer geslagen.

Beeld van Christus.

Ongeveer 1½ m hoog?? (zie probleem bij vers 39).


Beeld van Christus en Zijn gemeente.

Jezus is het Licht van de wereld.

De gemeente is ook het licht van de wereld.

Er zijn 6 armen aan de kandelaar. Zes is het getal van de aarde. Die zes armen zijn een beeld van de gemeente. Die zes armen zijn vast verbonden aan de schacht van de kandelaar. Zo is de gemeente vast verbonden aan Jezus.

Alléén de voet en de schacht vormen een onvolledige menora. De zes armen maken de kandelaar volledig.

Zo heeft ook Jezus de gemeente nodig om volledig te zijn.

De vervulling van Hem.

Anders:

Plèrooma staat hier "actief". Het woord betekent:

Het "vult" iets, zoals water een vaas vult.

Het kan ook zijn zoals een lap op een scheur. Het maakt het kleed weer "volledig".

Zo kan de gemeente de mens Jezus "compleet" maken. Zo maakt de vrouw de man compleet. Ze vult aan wat bij de man ontbreekt. God schiep de mens "mannelijk en vrouwelijk". Adam en Eva vormden sámen "dé mens".

Zo is de gemeente de aanvulling voor de mens Jezus.

Als Gód heeft Jezus géén aanvulling nodig.


De salvia.

Een bepaalde Salvia heeft veel weg van de menora.

In Israël heet deze plant Marva of Moria.

Hij heeft takken die van zijn zijden uitgaan: aan beide kanten drie takken, precies zoals Exodus het beschrijft.




Vers 37

De gemeente is een kandelaar.

In Openbaring 1:20 zijn de zeven gemeenten van Klein-Azië de zeven gouden kandelaren.

Het zijn daar echter geen menora's, maar 7 lichtdragers zoals wij een kaarsenstandaard kennen.



Vers 39

1 talent goud en grootte.

Technisch probleem??

1 Talent is ruim 30 kg goud.

Constructietechnisch kan de kandelaar géén 1,8 m hoog geweest zijn.

Door de spanningen die het gewicht van de armen veroorzaken, wordt de vloeigrens (de spanning waarop er plastische vervorming begint op te treden) van goud overschreden, en gaan de armen doorzakken. De kandelaar zou versterkt kunnen worden door het goud te smeden. Dat zou echter nog steeds ontoereikend zijn om een 1,8 meter hoog model te maken waarvan de armen niet zouden verbuigen.



Vers 40

Naar voorbeeld van het hemelse heiligdom.

De Heilige Geest toonde David het model van de tempel.

In de hemel is de ark.



<