Hoofdstuk 90


Vers 1

Gebed.

Deze psalm wordt een gebed genoemd. Er zijn nog 4 andere psalmen die zo genoemd worden.

  1. Psalm 17:1
  2. Psalm 86:1.
  3. Psalm 102:1.
  4. Psalm 142:1.

Mozes.

Mozes is de dichter en daardoor is psalm 90 de oudste psalm.


Man Gods.

Dat ziet op profeet / ziener.

Knecht van de HEERE.

In Deuteronomium 34:5 heet Mozes dienaar van de HEERE.


Heere.

Als dienaar spreekt Mozes God aan als Heere. In andere psalmen komt zo'n opening niet voor.


God is onze Toevlucht.

Voor ieder die tot God de toevlucht neemt, geeft God rijke beloften.

Op Gods beloften richt ons geloof zich. God maakt Zijn woorden waar.

Generatie op generatie.

Onze vaders konden op U vertrouwen en wij ook.



Vers 2

Van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Vaak neemt men aan dat in de eeuwigheid geen tijd is.

We zeggen: "Iemand is uit de tijd".

De bijbel spreekt niet over tijdloosheid.

We moeten dus niet lezen: van de achter ons liggende tijdloosheid tot de vóór ons liggende tijdloosheid bent U God.

Mozes bedoelt hier: hoe ver we ook terug gaan, of hoe ver we vooruit denken, altijd bent U de enige God.

Zie ook de verklaring van



Vers 3

Terugkeren tot stof.

Mozes zag een hele generatie sterven in de woestijn. Ieder die op het moment dat de twaalf verspieders terugkwamen, 20 jaar of ouder was, stierf in de woestijn, behalve Jozua en Kaleb.


Keer terug, mensen.

Kom tot inkeer, bekeer u, het leven is kort. Zoek de HEERE, terwijl Hij te vinden is.



Vers 4

Duizend jaren als een dag.

Parallel met dagen van de week

Wake in de nacht.

Periode van 3-4 uren.



Vers 5

U spoelt hen weg.

Iets wegspoelen doe je met water.

Het stroomt weg en komt niet terug.

Zo zijn onze levensdagen, geen dag komt terug.


Als de slaap.

Het leven is als een slaap. Het is voorbij voordat je het weet.


Ons leven als gras.

Zo staat de plant prachtig te bloeien, en zo wordt hij afgemaaid. Zo is ons leven. Het kan plotseling eindigen.



Vers 7

Grootste probleem.

Wij vergaan.

Het grootste probleem is niet de kortheid van het leven, maar dat de mensheid onder Gods toorn ligt.

Ons vergaan, onze dood, is gevolg van onze zonden.



Vers 9

Door Uw verbolgenheid.

Zie vers 7.



Vers 10

Zeventig of tachtig.

De gemiddelde leeftijd van de Joden was hoger dan die van de hen omringende volken.

De Joodse hygiëne was veel beter. Die was gebaseerd op Gods Thora.



Vers 11

Wie kent..

Wij weten niet hoe boos God over de zonden is.

Hij gruwt ervan.

Hij haat de zonde.



Vers 12

Dagen tellen.

Niet tellen in jaren.

We moeten onze levensdagen zien in Gods perspectief en Zijn licht.


Toen Mozes deze Psalm schreef was hij aan het einde van de woestijnreis. Zelf was hij toen bijna 120 jaren oud.

De oude Israëlieten wisten dat ze in de woestijn zouden sterven. Ze telden niet in jaren, maar in dagen.


Wijs hart.

De kortheid van het leven is duidelijk. Daarom moeten we haast maken en geloven en vergeving zoeken bij God en eeuwig leven ontvangen.



Vers 13

Keer terug, HEERE.

In vs 3 riep God de mens op om terug te keren, zich te bekeren.

Nu roept de mens tot God om terug te keren. Mozes smeekt God om mededogen. Zie af van Uw toorn.



Vers 14

Verzadig ons.

Dat wil zeggen: vervul ons helemaal met Uw genade en met Uw liefde.

Als God Zijn toorn afwendt, dan zijn onze dagen vol vreugde.

Blijdschap is ook een vrucht van de Geest.

Wie genade ontvangt, wordt een Godlover.



Vers 16

Gods werk.

Nu gaat het over de ONvergankelijkheid, Gods werk, Gods heerlijkheid, voor ons en onze kinderen.


Glorie.

Heerlijkheid.

Jezus legt ook heerlijkheid op de gelovigen.

En... als Jezus in heerlijkheid wederkomt, worden de gelovigen met Hem in heerlijkheid geopenbaard.



Vers 17

Bevestigen.

=instemmen, goedkeuren.



<