Asaf.
Deze psalm hoeft niet van Asaf zelf te zijn. Het kan ook een psalm zijn van of voor de Asafieten.
In tijd van Hizkia zong men ook liederen van Asaf, de ziener.
Gittith.
De Septuaginta vertaalt: "volgens de wijnpersen".
De Levieten zongen Psalm 81 op donderdag, de 5e dag.
Zie aantekeningen bij Psalm 24.
Bazuin en nieuwe maan.
Het bazuinenfeest is het enige feest van God dat bij nieuwe maan wordt gevierd. Rosj Hasjana. Dat is 1 en 2 Tisri. Dan begint het nieuwe burgerlijke jaar.
Volle maan.
Dan is het 15 Tisri. Dan begint het Loofhuttenfeest.
De drie najaarsfeesten.
Zoals Jezus de vier voorjaarsfeesten precies vervulde, zo zal Hij ook de drie najaarsfeesten precies vervullen.
Lees daarover de aantekeningen bij Leviticus 23.
Want dit is..
"Dit" = feestvieren en God lof zingen.
Binnen 3 weken in de maand Tisri zijn er 3 feesten, najaarsfeesten.
Redenen om lofzangen te zingen.
Psalm 100 noemt 3 redenen om God zonder ophouden te loven.
In Jeremia 33:11 worden de eerste twee redenen ook genoemd.
Psalm 150:2 noemt ook nog 2 andere redenen:
Het volk moet "verplicht" blij zijn en lofzingen. Dat is "Gods verordening".
Ze moeten immers op Gods grote daden letten.
In het NT staat zoiets in
Hij heeft deze ingesteld.
God heeft die verordeningen gegeven bij Sinaï.
Eerst trok God op tegen Egypte en verloste Israël uit de slavernij.
Jozef.
Jozef is hier Israël.
Israël wordt genoemd naar de eerstgeborene van Jakob, Jozef.
Taal die ik niet verstond.
Israël hoort tijdens het verblijf in Egypte een vreemde taal, het Egyptisch. Die taal verstaan ze niet.
Ik heb de last van zijn schouder.
Ik = God.
Zijn = Israël.
God verloste Israël uit de slavernij.
Manden.
In manden sjouwden de slaven van alles.
Dat was nu voorbij.
Het volk roept tot God.
Ik beproefde u.
Satan verzoekt, maar God beproeft.
De verzoeking probeert tot zonde te brengen. De beproeving laat de kracht van het geloof zien.
Water van Meriba.
Meriba = onenigheid.
Daar , in Rafidim, sloeg Mozes op de rots. God gaf water.
Later, bij Kades, sloeg Mozes helaas opnieuw, terwijl hij tegen de rots moest spreken.
Ik zal onder u getuigen.
Als het volk God zal dienen, zullen zij Zijn grote daden zien. Dan ontvangen ze Gods zegen.
God sprak.
God gaf de tien geboden. Daarin zegt Hij dit.
Ieder die bij de Sinaï was, heeft dat met eigen oren gehoord.
Het was na de "huwelijkssluiting" tussen God en Israël al snel mis. Ze maakten een gouden kalf.
Doe uw mond wijd open.
Israël moet nooit op een afgod vertrouwen.
Vraag alles aan de HEERE.
Doe je mond wijd open. Als je op God vertrouwt, zal God je geven wat je vraagt.
Hij is een Beloner van degenen die Hem zoeken.
Niet geluisterd.
40 jaren was Israël in de woestijn.
40 jaren had God verdriet van dit ongelovige en ongehoorzame volk.
Ook tegen Mozes klaagt God over het afgodische Israël.
Dat is ná Jozua alleen maar erger geworden. In de tijd van de richters diende het volk veel afgoden.
Na Salomo werd het nog erger.
Daarom.
We kunnen ervoor kiezen om Gods wil niet te doen. Zo deed farao ook.
Hij verhardde zich steeds en liet Israël niet gaan. Wie dat blijft doen, wordt aan verharding overgegeven.
Och...
Hier proef je het verdriet van God. Verdriet over de onbekeerlijkheid.
Eenzelfde klacht deed Jezus.
Als het volk had geluisterd, dan had God gezegend. Maar...als het volk niet luisterde zou de vloek komen.
Och..het volk luisterde niet!
Wat doe jij?
Gods steun gemist.
Toen Israël afgoden ging dienen, hielp God hen niet meer tegen de vijanden.
Het boek Richteren staat vol met deze ellende.
God had zo anders gewild.
Als het volk had geluisterd naar God, dan zou God hen van de vijanden hebben verlost.
Wie de HEERE haten..
Dat zijn de vijanden van Israël.
God zou hen aan Israël onderworpen hebben, zoals Hij deed in de tijd van Jozua.
Hún tijd voor eeuwig.
Hun = Israël.
Als Israël God trouw had gediend, dan
Gods zegen voorzegd.
God beloont die mensen die Hem zoeken.