Hoofdstuk 69


Vers 1

De tijd.

In vers 36 staat dat God Sion verlost. Sion werd pas bezit van Israël toen David al 7½ jaar koning was.

De psalm komt dus niet uit de tijd dat Saul David vervolgde.


De zangwijs.

De wijs is die van het lied "de lelies".


Messiaanse Psalm.

Psalm 69 is een psalm van Jezus.

In verschillende verzen komen we profetie tegen over de Messias.

Psalm 69 gaat over:



Vers 2

Het water staat hoog.

Het water staat letterlijk tot aan de lippen. Het wordt verdrinken. Zo groot is de nood van David en ook de nood van Jezus in Zijn laatste dagen op aarde.



Vers 3

In vers 15 + 16 komt de dichter op dit grote gevaar terug.

Daar bidt hij om verlossing.



Vers 4

Ik ben moe..

David is moe van het roepen tot God. Het gaat niet om het volume, maar om de intensiteit.


Adres van het roepen.

Ik ben moe...zo intens roep ik tot God.


Mijn keel is ontstoken.

Hij heeft zich schor geroepen. Hij roept tevergeefs.



Vers 5

Zonder reden gehaat.

Jezus past dit op zichzelf toe.

Niet geroofd, toch teruggeven.

Ook bij Jezus gebeurde dit. Hij moest betalen voor zonden die Hij niet deed.



Vers 8

Ter wille van U...

Zalig bent u, als de mensen kwaad over u spreken om Mijnentwil.



Vers 9

Een vreemde voor Mijn broeders.

Johannes 7:5 zegt dat ook de broers van Jezus niet in Hem geloofden.



Vers 10

Tempelreiniging.

Johannes 2:17 past deze tekst toe op Jezus als Hij de tempel reinigt.


Al de smaad...

Paulus past dit deel van de tekst ook op Jezus toe in

De uitwerking van die smaad is ernstig volgens



Vers 13

Wie in de poort zitten.



Vers 14

Wat mij betreft.

Nu wordt David persoonlijk. Hier spreekt het geloof.

Ondanks alle tegenstand en alle spot blijft David op God hopen.

Zo doet Jezus ook.


HEERE.

Tijd van welbehagen.

Welbehagen= dat wat God het liefste doet.

Wat is dat? Dat niemand verloren gaat, dat wil God. Zoek Mij en leef.


Goedertierenheid.

Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.

HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid (Galaten 5:22).


Verhoor mij in de trouw van Uw heil.

Heil = Jeshua.

Daarvan komt de naam Jezus.

O God, zo mateloos goed. Mijn trouwe Helper bent U.

Uw komst is het die mijn heil volmaakt.



Vers 15

In vers 3 beschreef de dichter hetzelfde gevaar.

Hij bidt om verlossing.



Vers 17

Goedertierenheid.

=verbondstrouw.

Volgens Van Dale:

Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.

HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid



Vers 22

Ik heb dorst.

Psalm 69:22 wordt vervuld als Jezus aan het kruis hangt.

We lezen dat in



Vers 23

Een wreed gedeelte.

Nu volgt een wreed stuk. Maar juist dit stuk wordt het meest in het NT geciteerd.



Vers 26



Vers 29

Laat hen uitgewist worden...

Dit is wel een Messiaanse psalm, maar Jezus bad juist voor Zijn vijanden en zocht hun behoud.

Luther zegt:


Boek des levens.

In het OT staan daarin degenen die op aarde leven.

Kennelijk kunnen er mensen uit dit boek geschrapt worden. Dat lezen we ook in onderstaande teksten.


Exodus 32:32.

Psalm 139:16.

Openbaring 3:5.

Openbaring 22:19.



Vers 32

Het zal God aangenamer zijn.

"Het" slaat terug op vers 31.

"Het" is

Lofprijzing en dankzegging zijn voor God meer waard dan offers van reine dieren.


Lofprijzing, aanbidding, dankzegging.

  1. Lofprijzing: We zien Gods grootheid.
  2. Aanbidding: We zien Gods heiligheid.
  3. Dankzegging: We zien Gods goedheid.

Drie onveranderlijke redenen.

Dankzegging en lofprijzing hangen niet af van hoe we ons voelen en hangen niet af van onze situatie.

Psalm 100:5 noemt 3 redenen om God zonder ophouden te loven.

  1. De HEERE is goed.
  2. Zijn goedertierenheid die eeuwig is.
  3. Zijn blijvende trouw.

In Jeremia 33:11 worden de eerste twee redenen ook genoemd.

Psalm 150:2 noemt ook nog 2 andere redenen:

  1. Gods machtige daden.
  2. Gods grootheid.



Vers 36

Sion.

Dus deze psalm is NIET uit de tijd van Saul.

Sion werd pas Davids bezit toen hij al 7½ jaar koning was.


Sion verlossen.

In Davids tijd hoefde Sion nog niet verlost te worden. Ook de steden van Juda waren niet verwoest.

David ziet hier verder in de toekomst. Hij ziet het vrederijk.



Vers 37

Het land als erfelijk bezit.

Ook andere profeten voorzeggen die heerlijke toekomst.

Ze zullen niet meer uit Gods land weggaan.

We zien hoe God Zijn woord vervult. Israël woont weer in Gods land.

Wees waakzaam!

Let op deze "vijgeboom" (=Israël). Als die gaat uitlopen, dan weet je dat de komst van Jezus dichtbij is.

Wie Zijn naam liefhebben.

Het gaat hier over rechtvaardigen. Bij het oordeel over de volken mogen de rechtvaardigen het koninkrijk binnengaan.



<