Hoofdstuk 68


Vers 2

God staat op.

Deze tekst uit Numeri 10:35 sprak men als de ark werd opgenomen. De vijand zal voor God vluchten.


Toekomstperspectief.

Er zijn in deze psalm delen die verwijzen naar de eindtijd.

God gaat de vijanden wegdoen en Zijn rijk stichten.

Dat Messiaanse rijk wordt zichtbaar als Jezus regeert op de troon van David.



Vers 3

Zoals rook verdreven...

De wind verdrijft de rook.

Na een tijd zie je er niets meer van.

Zo zal het ook met de goddelozen gaan.

Dat is nog toekomstperspectief, want nu is de aarde nog vol met goddelozen.


Vergaan als was.

Als we een waskaars aansteken, blijft er géén afvalproduct over. Zo zullen de goddelozen vergaan. Er blijft niets van hen over.


Vervulling.

Als Jezus wederkomt, zal Hij de volken oordelen. Schapen en bokken worden gescheiden.

De bokken, de goddelozen, gaan in het helse vuur.

Ook de antichrist en de valse profeet gaan in de hel.

Ook satan wordt opgesloten.



Vers 4

Rechtvaardigen verblijden zich.

Als de goddelozen verdwijnen, zijn de rechtvaardigen blij.

Ook dat is nog toekomst.

Nu worden er nog veel rechtvaardigen vervolgd en dat gaat door totdat Jezus wederkomt.



Vers 5

Baan de wegen voor Hem.

Johannes de Doper baande de weg voor Jezus.

Als Israël zich had bekeerd, zou het koninkrijk van God gekomen zijn.

We kunnen hier ook denken aan de voorstelling van God Die vanuit Sinaï optrekt. In vs 8 en vs 9 wordt dat uitgewerkt.



Vers 6

Vader en Rechter.

Hier staat hoe en wie God is.



Vers 7



Vers 8

God trok vóór Zijn volk.

Nu volgt een beschrijving van de tocht van Israël door de woestijn t.t.v. Mozes.

God ging voorop in de wolkkolom.



Vers 9

Zelfs Sinaï beefde.



Vers 10

Regen doen druipen.

Dat er regenwater viel, gebeurde toen het volk optrok om rondom Seïr te trekken.

Regen kwam er ook toen ze in Kanaän waren.

Manna?

Of... gaat het hier over "het regenen van manna" waardoor het volk versterkt werd?

Het volk was uitgeput en had honger.

Uw eigendom versterkt.

Israël is het persoonlijk eigendom van God volgens

Ook het land Israël is Gods land.



Vers 11

Uw kudde.

Letterlijk: uw dieren.

= het volk Israël.


Uw eigendom.

= het land Kanaän. Dat is Gods land.

Ellendige.

Het woord ellendig komt van "uitlandig".

De ellendige = het volk Israël.

Zij was tijdens de woestijnreis 40 jaren "uitlandig". Dus een ellendig volk.



Vers 12

Boodschapsters van goede tijding.

Het gaat hier waarschijnlijk over een overwinning. God geeft een profetisch woord. Gezien de werkwoordsvorm en het verband heeft dit nieuws betrekking op een overwinning die nog moet komen.

Vrouwen brengen die boodschap.


Toekomstperspectief.

Mogelijk is dit een profetie waarover ook Zacharia 14:1-4 spreekt.



Vers 13

Zie uitleg vers 12.



Vers 14

Al lag u tussen 2 rijen stenen.

Dit wijst op slavenwerk, op zware verdrukking.

God geeft een omkeer ten goede.

Als hier profetisch gesproken wordt, dan gaat het over de grote verdrukking waarin de antichrist het gelovige overblijfsel van Israël hevig vervolgt.

Als de Messias wederkomt, dan wordt de antichrist in de hel geworpen volgens

Het gelovige overblijfsel van Israël wordt verheerlijkt en met zilver en goud overdekt.



Vers 15

Zalmon met sneeuw.

Volgens Richteren 9:48 ligt Zalmon bij Sichem. Bijzonder, want in dat gebied valt zelden sneeuw.

De verlossing van Israël zal waarschijnlijk rond de winterperiode plaatsvinden.



Vers 16

Machtige berg.

Letterlijk:

Vroeger was daar misschien een Kanaänitische cultusplaats. (Weinig bewijs)

Basan ligt net ten zuiden van de berg Hermon.



Vers 17

Gebergte met veel toppen.

Dat is Basan.


Berg van Gods woning.

Dat is Sion, 800 m hoog.

Voor altijd wonen.

De heerlijkheid van God heeft de tempel verlaten vlak vóór de verwoesting van de tempel.

Ezechiel ziet de heerlijkheid van God in de eindtijd, in de derde tempel, weer terugkeren.

Daarna zal God tot in eeuwigheid op Sion wonen.



Vers 18

Strijdwagens van God.

In Zacharia 6:1-3 trekken de strijdwagens van God uit in de eindtijd, als Jezus wederkomt.

Dan is de Heere dus letterlijk, als de Messias, bij hen.


Sinaï en Sion, beide heilig.

Dus: de berg Sion wordt net zo heilig als eens de berg Sinaï was toen het volk daar de wet ontving.



Vers 19

U hebt gevangenen weggevoerd.

U = Jezus.

Letterlijk:

Ook dit is Messiaans.

In Jesaja 61:1 staat ook dat Jezus de gevangenen en gebondenen zal verlossen. Hij verlost de gelovigen uit het dodenrijk waar ze bleven totdat Jezus verzoening had gedaan. Dit verlossingswerk heeft Jezus na Zijn sterven verricht. Luther noemt dat de eerste stap van Zijn verhoging.


Zie de aantekeningen bij Jesaja 61:1 en bij Ef 4:8.


Gaven aan de mensen.

Jezus stortte ná de hemelvaart Zijn Heilige Geest uit en deelde ook geestesgaven uit.

De geestesgaven worden door Paulus concreet genoemd.

Aan opstandigen om bij God te wonen.

Als opstandige goddelozen de Heilige Geest ontvangen, dan horen ze bij Christus.

Dan mogen ze met Christus naar het Vaderhuis en bij God wonen.



Vers 20

Geloofd zij de Heere.

Heere = ădônây.

Vers 19 is een profetie over Jezus. Het ligt voor de hand dat ook vers 20 een vervolg is.

Jezus overlaadt ons met geestesgaven. (vs 19) Iedere gelovige krijgt er wel één.

Jezus, de ădônây, de Heere, regeert straks als Messias. Hij is koning van de Joden volgens Lukas 1:32-33. Hij overlaadt Zijn volk. In de Engelse KJV is toegevoegd: met zegeningen.


Die God is onze zaligheid.

Die God is onze yeshû‛âh, staat er.

We herkennen daarin de naam van Jezus.

Die God (êl ) is onze Jezus.



Vers 21

Die God is ons een God.

Die God = êl.

êl, slaat terug op vers 20, op "de God (êl) die onze yeshû‛âh" is.


God van volkomen zaligheid.

Zaligheid = môshâ‛âh.

Dit woord betekent: verlossing.

Dus: Die God, die Jezus, is een volkomen Verlosser.


Volkomen verlossing.


Uitkomsten tegen de dood.

Over slangenzaad spreekt Genesis 3:15, maar demonen krijgen géén nageslacht.

De antichrist is "hét zaad van de Satan". Hij zal de gelovigen uit Israël hevig vervolgen. Hij verklaart ze de oorlog volgens Openbaring 13:7.

Tegen deze dood biedt Jezus uitkomst.

Jezus zal dit "slangenzaad", de antichrist overwinnen.



Vers 22

God zal de kop verpletteren.

God = ĕlôhı̂ym.= goden.

Het woord wordt ook gebruikt voor

Ĕlôhîym kan zeker ook voor Jezus gebruikt worden.

Jezus zal volgens Genesis 3:15 het nageslacht van Satan de kop vermorzelen. De antichrist is de grootste van dit nageslacht. Jezus overwint hem en werpt hem in de hel. Openbaring 19:19-20.


De harige schedel.

Dit wijst erop dat het hier over een mens gaat.

De antichrist is een mens. Paulus noemt hem: mens van de wetteloosheid, zoon van het verderf.

wie … doorgaat - Letterlijk:



Vers 23

Basan.

Dat was vroeger het gebied van koning Og.



Vers 24

Baden in bloed.

Ook deze uitdrukking wijst naar de eindtijd.

Openbaring 14:20 spreekt ook van veel bloed nadat Jezus de druiven in de wijnpersbak heeft getreden.



Vers 25

Intocht van God.



Vers 27

U die komt uit Israël.



Vers 28

Benjamin heerste.

Koning Saul was uit de stam van Benjamin.



Vers 30

Úw tempel in Jeruzalem.

Dat is de nieuwe 3e tempel.

Van de 1e en 2e tempel lezen we niet wat hier voorzegd wordt, of heel incidenteel zoals in 2 Kronieken 32:23.


Koningen zullen U geschenken brengen.

In het verleden zien we dit niet vervuld.

In de eindtijd zal de vervulling er zeker zijn.



Vers 31

Volken uitgestrooid..

Het lijkt erop dat hier bedoeld wordt, dat er een eind aan de oorlog wordt gemaakt.

Ook dit vindt de vervulling pas in het vrederijk. Jesaja 2:4 spreekt erover.



Vers 32

Vorstelijke gezanten komen.

Ook dit wordt vervuld in het vrederijk.

Zacharia 14:16 spreekt daarover.

In Zacharia 14:18 wordt ook Egypte apart genoemd. Ze moeten de Messias vereren.



Vers 33

Koninkrijken van de aarde.

Als Jezus, de Messias, gaat regeren op Davids troon in Jeruzalem, dan regeert Hij over héél de aarde volgens Psalm 2:8.

Allen moet Hem aanbidden volgens Zacharia 14:16.


Zing voor ĕlôhı̂ym.

Ĕlôhîym = goden.

Dat woord kan zeker ook voor Jezus gelden.

De volken moeten de Messias eer geven.



Vers 35

Geef macht aan God.

God = ĕlôhı̂ym.

Ĕlôhîym kan ook Jezus zijn.

Dan staat hier een gebed tot de HEERE om aan Jezus , de Messias, grote macht te geven.

Die macht ontvangt Hij ook.

Het gaat over macht op allerlei terrein.


Zijn majesteit is over Israël.

Jezus wordt Koning over het huis van Jakob, zei de engel Gabriël in Lukas 1:32-33.

Hij is die majesteit. Bij de profeten heet de Messias " Mijn Knecht David".



Vers 36

Heiligdommen.

Heilige plaatsen.



<