Hoofdstuk 55


Vers 1

Aanleiding.

Mogelijk is het verraad van Achitofel de aanleiding. Achitofel voegde zich bij Absalom die tegen David in opstand kwam.

Achitofel was de opa van Bathseba. Hij was woedend op David, nadat deze overspel pleegde met zijn kleindochter Bathseba en haar man Uria vermoordde.

Maar...

David was zelf de oorzaak. Dan klinkt het vreemd dat hij zegt: "Ze storten onrecht over mij uit".

Dan is de aanleiding tot deze psalm misschien toch iets anders.



Vers 2

David verwacht Gods hulp.



Vers 7

Vleugels van een duif.

Een duif is weerloos en schuilt in rotswanden.

De duif heeft groot uithoudingsvermogen. Zo wil David, ver weg van het gevaar, een schuilplaats zoeken.



Vers 10

Onenigheid in de stad.


Terug naar de werkelijkheid. Hij kan / wil niet vluchten. God moet helpen. Hij moet de plannen vd vijand teniet maken.

Daarvoor stuurt David Husaï, die moet proberen om de raad van Achitofel te ontkrachten.



Vers 11

Die.

  1. Vijanden.
  2. Geweld en tweedracht in de stad. Dit is de meest waarschijnlijke optie.

Er heerst onrecht, verdrukking en bedrog. Vandaar dat David wil vluchten naar de woestijn.



Vers 13

Geen vijand.

Achitofel was Davids vertrouwenspersoon, zijn hoogste raadgever.



Vers 14

Leidsman.

Het woord "leidsman" wordt ook vertaald met vriend.



Vers 16

Vloek.

David wenst de vijand een dood als Korach. Levend naar het dodenrijk. (she'ôl)

In hun woningen en in hun binnenste is veel slechtheid.



Vers 17

De HEERE zal Mij verlossen.

Hier klinkt de hoop door. God zal helpen. Hij spreekt alsof de redding al heeft plaats gevonden.



Vers 21

Hij ontheiligt zijn verbond.

Hier komt David weer terug op die ene vijand, die ex-vriend.

Die heeft iets heel kostbaars kapot gemaakt, een verbond. Het klinkt als heiligschennis.



Vers 21



Vers 22

Boter en olie.

De bedoelde persoon huichelt. Zijn bedoelingen en woorden zijn niet oprecht.



Vers 24

Ze bereiken niet de helft van hun leven.

Wie het gezag erkend ( ouders en overheid eren) die zal de "dagen verlengen", staat in Exodus 20:12.

Deze vijanden staan op tegen het gezag van David. Hun leeftijd wordt verkort.



<