Psalm met eindtijdprofetie.
Net als de psalmen 2, 9, 10, 12, 45, 46, 47, 96, 98, 110 heeft deze Psalm profetie voor de eindtijd.
Verschil tussen Psalm 14 en 53.
In het 2e Psalmboek wordt de naam JHWH zelden genoemd.
Machalath.
Waarschijnlijk is dat de melodie.
De Naardense Bijbel heeft "op ziek-zijn". Dat is onzeker. Het staat ook in Psalm 88:1. Sommigen denken aan een instrument.
Eindtijdprofetie.
David is ook profeet.
Deze Psalm heeft zeker met de tijd van David te maken, maar bevat daarnaast ook eindtijdprofetie.
Verschil Psalm 14 en 53.
Er is geen God.
Deze Psalm heeft ook een profetische dimensie.
Dé dwaas is dan de antichrist.
Waarom ontkent men God?
Omdat men daar belang bij heeft.
Ze bedrijven gruwelijk onrecht.
Dat gruwelijke onrecht in de eindtijd beschrijft
Ook de antichrist en de valse profeet bedrijven straks vreselijk onrecht.
Er is níemand die goed doet.
4 opties:
In Davids tijd was er zeker nog wél iemand die rechtvaardig was: David, de profeten Gad en Nathan, de zanger Asaf, Salomo enz, maar er was geen enkele rechtvaardige die niet zondigde.
Maar... in de eindtijd, direct ná de opstanding en opname van de gelovigen, dan is er geen enkele rechtvaardige meer op aarde. Dan is er korte tijd niemand die goed doet. Daarover lees je ook in
Dan begint de vreselijkste tijd, de grote verdrukking. Er komen dan wel weer mensen tot geloof, maar velen worden door de antichrist gedood. We zien deze martelaren in
Het is een schare die niemand kan tellen.
Iemand die God zoekt.
Niemand die God zoekt.
In Romeinen 3:10 wordt dit aangehaald.
Van nature leeft ieder zonder God.
Maar... er zijn nu wel mensen die God zoeken. Daar gaat Jezus ook van uit.
Visie van Luther.
Voor Luther bewijst deze dat de mens uit zichzelf God niet wil en niet kan zoeken. Zo komt hij tot "de geknechte wil".
Jezus noemt zoeken, bidden, kloppen in één zin.
Bid er maar veel om, zeggen we vaak. We kunnen wél bidden, kunnen we dan niet zoeken?
Niemand die goed doet, ook niet één.
In 2 Samuel 8:15 lezen we dat David recht en gerechtigheid doet.
Dat staat ook in Psalm 119:121.
Door genade wordt de mens vernieuwd en kan hij wel goed doen. Er zijn dus wel mensen die goed doen op het moment dat David dit schrijft.
Waarschijnlijk heeft David hier een groep goddelozen op het oog. Dat blijkt ook uit vers 5.
Of..hij ziet, als profeet, de mensheid vlak na de opstanding en opname van de gelovigen. Na de opname zijn er alléén goddelozen op aarde.
God roept óns op om het goede te doen.
We liggen verloren, maar we kunnen wel tot God gaan om gered te worden.
Reeds Kaïn wordt door God opgeroepen om het goede te doen.
Als we Gods woord kunnen hóren, kunnen we ook luísteren, tenzij wij moedwillig weigeren. Luisteren is dóén wat gevraagd wordt en dat is geloven.
God zegt: Nader tot Mij en Ik zal tot u naderen. (niet de zin omdraaien!)
God zegt: Wendt u tot Mij en wordt behouden. (De zin niet omdraaien!)
God zegt: Bekeer u en leef.
(De zin niet omdraaien!)
God zegt: Zoek Mij en leef.
(De zin niet omdraaien!)
God roept ons op om
Die Mijn volk opeten.
De antichrist vervolgt de gelovigen in de grote verdrukking. Hij voert oorlog tegen de heiligen.
Het aantal martelaren is ontelbaar, volgens
De antichrist en de valse profeet, de twee beesten uit Openbaring 13, verslinden de gelovigen. Ze zijn hun prooi.
In Psalm 14:5 staat het anders:
Eerst was de goddeloze niet angstig, maar nu onverklaarbaar wel. God maakt hem angstig en laat zien dat Hij er echt wel is. De dag van Zijn toorn is gekomen. Het vijandelijke leger wordt verslagen.
De beenderen van de belagers worden verstrooid.
Ook dat gebeurt in de eindtijd.
Verlossing uit Sion.
Die verlossing gaat Jezus geven. Hij komt op de Olijfberg. De verlossing komt dus vanuit Sion.
Gevangenen van Zijn volk laat terugkeren.
De engel Gabriël zegt in Lukas 1:32-33 dat Jezus over het huis van Jakob, dus over 12 stammen, Koning zal zijn.
Dan moeten dus ook de tien verloren stammen terugkeren
We zien dat nu reeds gebeuren.
Maar Jezus belooft in Zijn rede over de laatste dingen, dat ze allen zullen terugkomen.
Israël zal verblijd zijn.