Hoofdstuk 48


Vers 1

3 delen.

  1. Schoonheid van Sion (2-9).
  2. Lofzang op Gods trouw (10-12).
  3. Verbondenheid van God met Sion. (13-15).

In de periode van de tweede tempel, zong men deze psalm op elke 2e dag van de week. In de Septuaginta staat dat in het opschrift.


Levieten zongen:

De Joden kenden geen namen van dagen. Alle dagen hadden een nummer. Alleen de zevende dag heette sabbat .

Zonen van Korach.



Vers 2

God moeten we veel prijzen.

Psalm 100 noemt 3 redenen om God zonder ophouden te danken en te prijzen.

  1. De HEERE is goed.
  2. Zijn goedertierenheid die eeuwig is.
  3. Zijn blijvende trouw.

Zijn heilige berg.

Dat is volgens Psalm 2:6 de berg Sion.

De berg Sion is Gods berg. Daar lag vroeger de hof van Eden.

Dus:



Vers 3

Vreugde voor heel de aarde.

Jezus wordt daar koning.

Bij Jeruzalem daalt straks het hemelse Jeruzalem neer. De naam Jerusalaïm is ook een méérvoudsvorm.


Noordkant.

Noorden.

De hoogste top van Moria is de noordkant. Die noordelijkste top heet Golgotha, 777 m boven zeeniveau .

Sion is een ware Godsberg.

Ook heidenen kenden godenbergen.


Stad van de grote koning.



Vers 3



Vers 4

God.

Hier staat elohim.

Elohim kan ook gebruikt worden voor:

Hier kan het zien op Jezus die gaat regeren in Jeruzalem.

Veilige vesting.

Niet de muren rondom Jeruzalem, maar de aanwezigheid van God maakt de stad tot veilige vesting. Zacharia voorzegt dit ook.

De heerlijkheid van de HEERE biedt veiligheid.

Die heerlijkheid van de HEERE was uit Jeruzalem vertrokken.

Toen was ook de veiligheid voor Jeruzalem weg.

De verwoesting van de tempel was dichtbij.

Pas in de derde tempel keert de heerlijkheid van de HEERE terug.



Vers 5

Verzamelde koningen.



Vers 6

Zij haastten zich weg.

De vijanden vluchten. Israël groeit in vertrouwen op God. De coalitie van vijanden heeft geen schijn van kans tegen God die Jeruzalem tot een veilige vesting maakt.

In de eindtijd komen de volken naar Jeruzalem, maar dan komt Jezus terug en verlost Zijn volk.



Vers 8

Schepen van Tarsis.

Dat zijn zeeschepen.

Tarsis = de zee, de oceaan.



Vers 9

Gehoord.

Dat is de geschiedenis van de uittocht en de intocht. Alle wonderen die God deed door de eeuwen heen. Dat vergroot het vertrouwen op God.


Jeruzalem zal standhouden.



Vers 10

Midden van Uw tempel.

Dat is het binnenste voorhof.


Goedertierenheid.

=verbondstrouw.

Volgens Van Dale:

Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.

HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.



Vers 12

Verheugd om Uw oordelen.

Het oordeel over de vijanden, is gerechtigheid voor Israël.



Vers 13

Sion.

Sion is hier de stad Jeruzalem.



Vers 14

Kijk nauwkeurig.

Veel indrukwekkender dan de verdedigingswerken zijn, is onze God.

De kracht en schoonheid van Jeruzalem zijn direct met God verbonden.



<