Hoofdstuk 43


Vers 1

Doe mij recht.

Nu komt de concrete vraag aan God: recht.

Een vijandige omgeving scheidt hem waarschijnlijk van het heiligdom.



Vers 2

Waarom, waarom?

Ook deze dichter had zijn "waaroms". Hij begrijpt niets van Gods weg. Maar... hij blijft op God hopen.

Hoop, maar toch een sterke klacht. Een herhaalde klacht.



Vers 3

Zend Uw licht en waarheid.

Licht en waarheid horen bij God. Het gaat de dichter ook om God!

Als God helpt, dan kan de dichter God weer ontmoeten in Zijn heiligdom.

Hij verlangt zo naar de relatie met God.


Uw heilige berg.

Dat is de berg Sion.



Vers 4

Gods altaar.

Dat is het brandofferaltaar.

Daar werd de verzoening met God zichtbaar.


Mijn blijdschap, mijn vreugde.

Letterlijk:

De dichter benadrukt de overvloed van de vreugde.


Mijn God.

Het geloof zegt: "mijn".



Vers 5

Refrein.

Dit is het 3e refrein.

De andere twee staan in Psalm 42.


Psalm 42 en 43 horen waarschijnlijk bij elkaar, maar zijn door de Septuaginta gescheiden. Daar heeft Psalm 43 ook een opschrift.



<