2 delen:
Deze bijzondere volgorde toont geloof. David verliest zich niet in ellende, maar herinnert zich een vorige uitredding.
Aanleiding.
Waarschijnlijk wordt David door vijanden bedreigd. Het kan ook zien op ziekte. De verheffing (vs 3) ziet dan op genezing. De psalmen 38, 39, 41 gaan ook over ziekte.
Lang.
I waited patiently. (KJV)
David beschrijft een situatie in het verleden.
Daaruit werd hij ook gered.
Dat versterkt zijn vertrouwen.
Kuil.
Het woord "bôr" i.p.v. het gebruikelijke "šāhat" wijst naar dodenrijk.
Hij werd gered van de dood en kreeg weer stevige grond onder de voeten.
Nieuw lied.
Die verbeterde situatie was aanleiding tot lofzang. Een deel ervan staat in vs 5.
Vertrouwen op de HEERE.
Vertrouwen = geloven.
HEERE, mijn God.
Het geloof zegt "mijn".
Ontelbare wonderen.
Nu volgt de directe lofprijzing.
David ziet Gods grote daden en dat geeft hem vertrouwen.
David verwijst naar
Ook de koning moet ontzag hebben voor God.
David had ook een afschrift van de wet.
Gehoorzamen is beter dan offers.
De wet en de koning.
Wat in Deuteronomium 17:14-20 over de koning staat, betrekt David op zichzelf. Hij zal deze voorschriften houden.
Hij verlangt ernaar om dat te doen.
Hoofdletters HSV.
In de HSV staan hoofdletters en wordt deze tekst dus op Jezus toegepast.
Hebreeen 10:7 past deze tekst ook op Jezus toe.
Gods welbehagen doen.
Gods wil doen, dat is precies wat Jezus nastreefde.
Uw wet draag ik diep in mijn binnenste.
De voorschriften voor de koning stonden op papier in
maar David droeg ze ook in zijn hart. Als Gods geboden in jouw hart zijn, dan zijn ze een stukje van jezelf. Psalm 37:31 zegt dat ook. Dit is méér dan offers.
Hebreeen 10:7 past dit toe op Christus.
Middelaar van het nieuwe verbond.
Eén van de zegeningen van het nieuwe verbond is dat de wet in het hart is geschreven.
Jezus, de Middelaar van het nieuwe verbond heeft de wet van God altijd in Zijn hart.
Elke gelovige wordt vernieuwd naar het beeld van Jezus en heeft ook de wet in zijn / haar hart.
Ik breng de blijde boodschap.
Dit wordt uitgezongen in de tabernakel en later ook in de tempel.
David zingt en laat zingen over Gods gerechtigheid.
Dit doet Jezus ook als Hij hier op aarde is.
Uw gerechtigheid verberg ik niet.
Ieder mag weten van Gods gerechtigheid. David, en later ook Jezus, verkondigt die gerechtigheid met blijdschap.
Verkondiging door David.
Ervaring uit het verleden.
God zal aan David Zijn barmhartigheid bewijzen.
Dit was Davids ervaring uit het verleden. Daarop vertrouwt hij nu ook.
Ervaring met Gods trouw in het verleden is garantie voor de toekomst.
Ze zijn meer dan mijn haren.
Het gaat over de zonden, maar ook over de rampen die hem treffen.
De zonden zijn wel beleden en door God vergeven, maar de gevolgen van de zonden zijn er nog. Ze maken hem moedeloos.
Overeenkomst met Psalm 70.
Psalm 40:14-18 is vrijwel gelijk aan Psalm 70.
Redding nodig.
David bidt om redding.
Die redding is ook nodig voor de mensen die David naar het leven staan, zo blijkt uit het vervolg.
Laat in U verblijd zijn...
Eigenlijk spreekt David hier over zichzelf. Hij zal weer kunnen jubelen als hij verlost is.
Ellendig en arm.
Is deze Psalm misschien uit de tijd dat David nog geen koning was? (Is hij letterlijk arm en uitlandig ?).