Hoofdstuk 29


Vers 1

Opschrift.

De Septuaginta breidt het opschrift uit:

Machtige heersers.

Letterlijk:

Het gaat hier over "zonen van God", hemelwezens. (bené elim)

"Ben" betekent hier:

Waarschijnlijk zijn dit de aartsengelen. David roept a.h.w. engelen te hulp om God te eren.


Geef God macht (= lof)

Het grondwoord voor "macht" staat ook in Psalm 8:2:

In Mattheus 21:16 staat: "lof bereid" i.p.v. sterk fundament gelegd.

Immers...welk schepsel kan aan de Almachtige nog méér mácht geven?

Méér lóf geven kan wel.



Vers 2

Hoe geven we God eer?

In Zijn heerlijke heiligdom.

Dat is de tempel in de hemel. Daar zijn de (aarts)engelen.

De aardse tempel in Jeruzalem bestond nog niet. Wel had David een nieuwe tabernakel gemaakt. Ook daar wordt God lofgezongen.



Vers 3

God dondert met Zijn stem.



Vers 4

De stem.

God spreekt en het gebeurt. Gods stem is met kracht.


Donder.

Ook daarin klinkt Gods stem.

Glorie.

= heerlijkheid.



Vers 6

Sirjon.

Sirion : Fenicische naam voor de berg Hermon. Die ligt in anti-Libanon. 3000m hoog.

Psalm 114:4 spreekt over "springende bergen".



Vers 7

Vurige vlammen.

De bliksem.



Vers 8

Woestijn Kades.

Steppegebied met lage begroeiing.

Het ligt in het zuiden van Israël, bij Kades-Barnea.



Vers 9

In Zijn tempel.

De tempel in Jeruzalem was er nog niet. Davids opvolger, Salomo, bouwde die.

Het kan hier gaan over

  1. De hemelse tempel waar de engelen God lof en eer geven.
  2. De nieuwe tabernakel die David maakte.



Vers 10

Watervloed = zondvloed.

Het woord voor watervloed wordt niet voor een gewone of zelfs krachtige overstroming gebruikt. Alléén voor de zondvloed.

Zelfs boven dat enorme natuurgeweld gaat Gods macht uit. Het is teken van Gods autoriteit.



Vers 11

De HEERE geeft kracht.

De HEERE is dé Kracht achter de overwinningen.

Vrede voor Israël.

Zijn grote kracht wendt God aan voor Israël. Dat volk mag zich bij Hem veilig weten.

Die vrede komt onder Salomo, de vredevorst. Die vrede zal er zijn in het vrederijk van de Messias.

Vrede tussen de mensen.

Vrede tussen de dieren.



<