Iets over de Psalm.
Tot U hef ik mijn ziel.
Mijn ziel is hier Davids hele persoon, ook zijn lichaam.
Acrostichon.
Deze psalm heeft de vorm van een acrostichon, dat wil zeggen dat elk vers begint met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Een acrostichon verwijst vaak naar Gods regeringswegen in het leven van een gelovige. Een onregelmatigheid in het acrostichon is geen vergissing, maar is bewust ingebracht. Hetzelfde zien we in Psalm 34. Zowel Psalm 25 als Psalm 34 mist de letter waw, en beide psalmen voegen aan het eind de letter pe toe.
In vers 2 en vers 19 is sprake van een vijand en juist daar vinden we een onregelmatigheid in het acrostichon. Dit wijst op grote nood.
In het begin vinden we een dubbele letter aleph en in de verzen18 en 19 een dubbele letter resj.
Godsvertrouwen.
Vertrouwen = geloven.
God had David aangesteld als koning. Daarom vertrouwt David dat God het goed zal maken met hem.
Het verlies van een eervolle positie is in Midden Oosten een vreselijk lot. "Laat mij niet beschaamd worden", bidt David.
Die U verwachten.
Verwachten = geloven.
Wie God vertrouwt heeft zeker niet op zand gebouwd.
Trouweloos handelen.
"Trouweloos handelen" is vooral ontrouw aan God. De vijanden zijn dus waarschijnlijk mede-Israëlieten.
Gods wegen.
Contrast met de goddelozen. David wil wel in Gods weg gaan. Hij vraagt als gelovige om Gods leiding.
Leer mij Uw paden.
Dit "leren" is géén verstandelijke kennis, maar David wil ook echt in die wegen wandelen. Hij wil doen wat God vraagt. Dat wil hij opnieuw en voortdurend.
Is dat ook jouw gebed en verlangen?
Leid mij in Uw waarheid.
Waarheid: dat gaat over hóe we in Gods wegen moeten wandelen.
2e bede:
David vraagt vergeving voor alle keren dat hij Gods weg verliet.
De basis: Gods barmhartigheid.
Goedertierenheid.
Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.
HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.
Die zijn van eeuwigheid.
Deze beide eigenschappen horen bij het wezen van God. Daardoor zijn ze van eeuwigheid.
Denk niet aan de zonden.
Wij mogen weten van het verzoenend werk van Jezus.
Als God vergeeft, zijn onze zonden weg.
Onze zonden zijn afgewassen door het bloed van Jezus. Dat wordt afgebeeld en zichtbaar in de doop.
Omwille van Uw goedheid.
In vers 11 vraagt David vergeving "omwille van Uw Naam".
Hoe is God?
God zegt dat zelf tegen Mozes in
David is meer aan het mediteren. Hij denkt hardop. David geeft een getuigenis over God. Hij vertrouwt op Gods goedheid en trouw.
God onderwijst zondaren.
Deze zondaren zijn niet mensen die in de zonde léven, maar mensen die in de zonde vállen, zoals David zelf.
God onderwijst:
Zachtmoedigen.
Deze gelovigen vertonen het beeld van Jezus.
Wat is Zijn weg?
In acht nemen.
Van de mens wordt gehoorzaamheid gevraagd.
Wij hebben een verantwoordelijkheid.
Als we Gods verbond en Zijn getuigenissen in acht nemen, dan zullen we op onze wegen Zijn goedertierenheid en trouw ervaren.
In Zijn goedertierenheid brengt Hij hen weer terecht en in Zijn trouw vervult Hij wat Hij belooft.
Omwille van Uw Naam.
In vers 7 vraagt David vergeving "omwille van Uw goedheid".
Omdat Davids zonde nu zo groot is, pleit hij op "de Naam" van God.
Wat is de vrees des Heeren?
=ontzag, eerbied voor de HEERE.
Hij onderwijst hem.
God onderwijst een godvrezend persoon.
Die persoon wil leven zoals God hem onderwijst.
Die gewezen weg moet de godvrezende kiezen. Op die weg zal God hem zeker steunen en nabij zijn. Er is dan zegen voor de godvrezende zelf, maar ook voor zijn nageslacht. (vs 13)
Zegen van godsvreze.
Wie de Heere vreest, heeft blijvend deel aan het goede. De godvrezende nakomelingen zullen het land in bezit nemen. De zegen van de vrees des Heeren werkt dus door in de geslachten.
De aarde bezitten.
Uiteindelijk zullen alle godvrezenden mogen delen in het vrederijk.
God maakt een nieuwe aarde waarop godvrezenden mogen wonen, in vrede.
Dus: ons verblijf in de hemel is tijdelijk. We zijn daar als bruid voor de bruiloft met het Lam.
Vertrouwelijke omgang.
God is hier degene die de vertrouwelijke omgang zoekt.
Mensen, die de Heere vrezen, hebben dus deel aan de vertrouwelijke omgang met God.
De vertrouwelijke omgang is een verborgenheid. Het is net als in een huwelijk een geheim tussen twee geliefden. Wat ervan zichtbaar wordt, is de vrucht die ontstaat door het samenleven in liefde.
Een vrije toegang tot God.
Door Jezus hebben gelovigen een vrije toegang tot God.
Dat is een vertrouwelijke omgang!
Ogen voortdurend op de HEERE.
Wie zo leeft, zondigt niet. Wie omhoog ziet, kan niet tegelijk de wereld zien. Als je toch zondigt, zie je Hem niet.
God zegt: "Zie op Mij en wordt behouden".
Dat doet David hier. Hij ziet op God.
Hij naderde tot God en verwacht nu ook dat God tot hem zal naderen.
Daarom kan David in het volgende vers vragen of God tot hem wil naderen.
Uit het "net".
= metafoor voor benauwdheid.
Wend U tot mij.
Hier zijn deze woorden van David.
Deze woorden staan ook in Jesaja, maar dan spreekt God:
De juiste volgorde staat in
In het vorige vers 15 hield David de ogen op God, hij "zag op God".
Hij doet dus wat staat in
Look unto me, and be ye saved.
Nú vraagt David aan God om Zich tot hém te keren en naar hém om te zien.
Dat is de bijbelse volgorde.
David stelt zijn verwachting op God.
De situatie is:
Wend U tot Mij.
God vraagt dat wíj ons tot Hém wenden. Als we dat doen worden we behouden.
Geloof Zijn woord!
Al mijn zonden.
Dat is nu de 3e keer dat David om vergeving bidt.
Waarschijnlijk ziet hij zijn ellende en moeite als gevolg van zijn zonden.
Dodelijke haat.
Letterlijk:
Bewaar mijn ziel.
Ziel = mijn persoon.
Dus: bewaar mij.
Toevlucht nemen.
Psalm 2:12 noemt zulke mensen zalig.
Oprecht en vroom.
Deze eigenschappen kan David niet aan zichzelf toeschrijven, dat blijkt wel uit de zonden die hij steeds noemt.
Verlos Israël.
Het gebed om verlossing wordt verbreed tot heel het volk.
Davids nood raakt ook direct zijn volk.
Zo is het ook bij ons. Als we drinken van Het Levende Water, dan zijn we ook tot zegen voor anderen.
Onderschrift.
Bij dit vers staat de letter "pe". Dit laatste vers valt buiten de alfabetische opbouw.
Het is een soort onderschrift onder de psalm.