Hoofdstuk 21


Vers 1

Aanleiding voor de Psalm.

2 Samuel 12:31.



Vers 2

Over Uw macht.

Bij Rabba veroverde Joab een deel van de stad.

Daarna kwam David zelf en nam de stad helemaal in.

Hij krijgt de kroon van de Ammonitische koning op zijn hoofd.(30 kg)

Maar... David geeft God alle eer.

Hij verblijdt zich over Gods macht.


Over Uw heil.

Heil = yeshûa.

Hierin herkennen we de naam Jezus.



Vers 3

Gebed verhoord.

Er is om de overwinning gebeden, misschien wel in Psalm 20.



Vers 4

Rijke zegeningen.

Kroon van zuiver goud.

De enig bekende kroon van David is beschreven in:

Het was een kroon van 30 kg met edelstenen. De kroon was van de koning van de Ammonieten geweest.



Vers 6

Groot is zijn eer.

Hier gaat het om Davids eer. Dat kan gevaarlijk zijn.

Toen David het volk liet tellen, om eigen eer, werd God boos.



Vers 7

Eeuwig tot grote zegen.

In 2 Samuel 7:27 lezen we dat de HEERE voor David een huis zal bouwen.

Dit heeft alles te maken met de beloften van de Messias. Die zal op Davids troon regeren volgens Lukas 1:32-33 en eeuwig koning zijn.



Vers 9

Wie is "u"?

De HEERE. David bezingt Zijn lof.



Vers 13

Tot een doelwit.

Letterlijk: tot een rug.

Ze zullen vluchten.


Uw boog.

Letterlijk: Uw pezen.



Vers 14

Verhef U, HEERE.

Dit is een uitdrukking die vraagt of de HEERE nu in actie wil komen.

In Numeri 10:35 staan deze woorden : "sta op HEERE" en opmerkelijk worden daar ook " haters" en "vijanden" genoemd, die straf krijgen en moeten vluchten.

Precies zoals in Psalm 9:20.


Uw macht.

Zoals de Psalm begint eindigt hij ook.

Blijdschap over Gods macht.



<