De psalm.
Levieten zingen de koning toe. Ze spreken van overwinning voordat de oorlog gevoerd is.
In geloof moeten ook wij stand houden.
Waarschijnlijk werd deze psalm gezongen voordat het leger ten strijde trok.
Het is een verklaring van vertrouwen in God en een toewensen van Gods zegen.
Vergelijk tussen Psalm 20 en Psalm 21.
Messiaans?
De psalm heeft een diepere betekenis, omdat de koning van Israël de gezalfde van de HEERE (messias) was. Daarom zien veel christenen in deze psalm ook een voorafschaduwing van de Messias, Jezus.
Veel christenen lezen Psalm 20 samen met Psalm 21. Psalm 20 is het gebed vóór de strijd; Psalm 21 is het danklied ná de overwinning.
Vanuit dat perspectief wijst de "gezalfde" uiteindelijk naar Jezus Christus. God heeft Zijn Gezalfde verhoord, niet door Hem voor het kruis te bewaren, maar door Hem uit de dood op te wekken en te verheerlijken.
Dan krijgt vers 7 een bijzondere diepte.
Wat leren we in Psalm 20?
Psalm 20 leert drie dingen:
De kern van de psalm zou je kunnen samenvatten met vers 8.
Vers 2 t/m 6.
Het volk bidt dat God:
Het geheim van David.
In alles vertrouwen op God. Is dat zo ook jouw leven?
God is een veilige vesting.
Moge Hij u geven.
Dit is een Psalm waarin David ons veel zegen van God wenst. Eigenlijk bidt het volk voor de koning die ten strijde trekt.
Verschillende keren lezen we een wens.
Het is een spannende tijd. Er dreigt een strijd.
Wie is "u"?
De Naam van God.
Dat is God zelf.
Profetisch.
Het gelovig overblijfsel bidt voor de Messias die in benauwdheid leeft als Hij hier op aarde is.
Hij was de Man van smarten en droeg onze smarten.
Heiligdom op Sion.
De tempel was er nog niet. Wel maakte David in Jeruzalem, op Sion, een plaats voor de ark, waarschijnlijk een nieuwe tabernakel.
In Psalm 28:2 roept David tot God die woont in het binnenste heiligdom, dus in het Heilige der Heiligen volgens 1 Koningen 6:19. Die afdeling was er alléén in de tabernakel, en pas ná David, ook in de tempel.
De nieuwe tabernakel stond in de "stad van David".
Gebed.
Het volk wenst dat de offers van de koning aanvaard zullen worden door God.
Een offer brengen, voordat de strijd begint, geeft God de eer en vraagt om hulp en overwinning.
De wens van uw hart.
Het gaat over de voorbereidingen voor de strijd. Vers 6 spreekt over vaandels.
Hoop op Gods hulp.
Het zwaaien met vaandels is teken van vreugde. Het volk hoopt en wacht op de overwinning die God zal geven.
God verlost Zijn gezalfde.
Nu gaat een "ik" spreken, mogelijk de koning David of een priester. Hij spreekt zijn vertrouwen in God uit.
David is op Gods bevel, door Samuël, tot koning gezalfd en is "Zijn gezalfde".
Strijdwagens.
Strijdwagens waren de sterkste militaire eenheid in die tijd. David vertrouwt daarop niet.
Hij vertrouwt op God en hij wordt daarom gezegend met overwinningen.
David hield zich aan Gods bevel, Salomo niet.
In herinnering roepen.
Alle dingen zijn opgeschreven opdat we geloven zullen en ons vertrouwen op God zullen stellen.
Zij kromden zich.
Dat zijn de vijanden uit het verleden.
Zij vielen en werden overwonnen.
Die Koning.
Koning David weet God als allerhoogste Koning boven zich.
Hij roept tot God om de overwinning te geven.
David bedenkt een strategie, maar de zegen wordt van God verwacht. Bidden en werken.
Wie is de koning?
Twee mogelijkheden:
De Septuaginta heeft:
In HSV is God de koning.