Hoofdstuk 149


Vers 2

Over hun Koning.

God is Koning.

Jezus wordt koning op de troon van David.

Deze psalm ziet ook uit naar het vrederijk.

Israël is dan een machtige natie, een leeuw tussen schapen.

Heidenvolken zullen hen dienen en

onderworpen zijn.

Maker.

Er staat een meervoudsvorm: Makers.

Ook de SV vertaalt: die hem gemaakt hebben.



Vers 6

Lofzang.

Lof aan God nodigt God uit om in het midden te zijn. Dat maakt ons sterk. Dat lees je ook in de volgende verzen 7-9



Vers 7

Om wraak te oefenen.

Israël wordt in het vrederijk de machtigste natie op aarde.



Vers 8

Om hun koningen te binden.

Dat is nog toekomst.

Het vindt de vervulling in het Messiaanse rijk.



<