Hoofdstuk 148


Vers 1

Halleluja.

= Loof de HEERE.


Lofprijzing

Lofprijzing is heel belangrijk.

Satan zwijgt als hij dat hoort.

Het is een offer aan God.

Wie lof offert, dien zal God Zijn heil laten zien.

Vanuit de hemel.

De engelen worden opgeroepen om God te loven.



Vers 3

Loof Hem zon en maan.



Vers 4

Allerhoogste hemel.

Letterlijk:

Wateren boven de hemel.

Dit zijn wateren die boven het uitspansel zijn.

Dat is ver weg.



Vers 5

Toen Hij het gebood..

God is de Schepper van alles.

Hij sprak en het was er.

Alle schepselen en heel de schepping moet deze grote Schepper loven.



Vers 6

Een orde gegeven.

Die orde zien we terug in de bewegingen van de hemellichamen. We zetten er onze klok op gelijk.

God legde al die wetmatigheden in Zijn schepping.



Vers 7

Lof op aarde.

Na de lof in de hemel gaat de dichter naar de lof op aarde.



Vers 11

Koningen en alle volken.

Dit is iets voor de toekomst, voor het Messiaanse rijk.

Alle koningen, alle volken, moeten Hem gaan loven en eren.



Vers 14

De hoorn opgeheven.

De hoorn is teken van macht.

Israël zal in het Messiaanse rijk de machtigste natie worden.

Israël wordt als een leeuw tussen de schapen volgens



<