Van Salomo.
In de Septuaginta ontbreekt deze naam.
Salomo heet ook Jedidja = beminde.
In deze psalm ontvangt "de beminde" Gods zegen in de slaap.
Gods zegen maakt rijk.
Dat is het thema van Psalm 127.
Als God niet zegent, is ons werken tevergeefs. We moeten wél ijverig bezig zijn, maar in het besef dat we Gods zegen nodig hebben.
In de slaap.
Zonder bezorgd te zijn, vertrouwen ze op God.
Zijn beminden ontvangen Zijn zegen.
Letterlijk:
God geeft, na al ons werk, toch weer rust.
God zelf is zo anders dan wij: Hij slaapt nooit.
Zijn beminden.
Salomo = Jedidja.
Jedidja = beminde.
God geeft het Zijn Jedidja's.
Je mag je naam invullen als je een gelovige bent.
Als je Gods geboden doet, dan ben je Zijn beminde.
Kinderzegen is van God.
Wie kinderen heeft, is ook gezegend.
In de opvoeding werken we aan de opbouw van het gezin. Ook daarvoor is Gods zegen nodig.
Beloning.
Kinderen zijn een erfdeel.
Pijlkoker.
= zijn huis.
Die kinderen zorgen weer voor de ouders in tijden van nood of als er vijanden zijn.
Als ouders heb je kinderen die de Messias verwachten.
In de poort.
In de poort werd rechtgesproken. In de rechtzaak met vijanden sta je niet alleen, kinderen zijn je dan tot steun.