Ballingen keren terug.
Volkslied.
Deze Psalm was een kanshebber voor het volkslied in 1948 bij Israëls onafhankelijkheid. Het staat inderdaad bol van verwijzingen naar bevrijding en verlossing na een zeer langdurige en trieste ballingschap, zoals de Romeinse ballingschap.
Dromen.
God realiseert de droom.
Het is zo onwerkelijk en toch gebeurt het.
Jeremia 23:7-8.
Lachen en juichen.
Israël is blij om wat God doet. Ook de heidenen verwonderen zich.
God doet grote dingen.
Verblijd.
Waterstromen.
In het zuiden, de Negev-woestijn, is het heel droog, maar er valt soms in korte tijd veel regen. Daar staan zelfs waarschuwingsborden. De droge wadi's kunnen in kolkende stromen veranderen.
In OT heet de Negev-woestijn het zuiden of het zuiderland.
Het loopt vanaf het zuiden vd Dode Zee tot Golf van Akaba.
Snelle omkeer.
Als die waterstroom komt, verandert onmiddellijk de woestijn. Overal komen planten en de woestijn komt heel snel tot leven. De dorre woestijn gaat bloeien.
Om zo'n radicale en snelle omkeer bidt de dichter.
Díe omkeer lees je ook in vers 5.
Stromen van zegen.
Als God stromen van zegen geeft, deel dan veel met anderen.
Met tranen zaaien.
De boer had dit zaaigoed misschien wel nodig voor onderhoud van zijn gezin. Er wordt geen brood van gebakken, maar het wordt op de akker gestrooid. De boer huilt tijdens het zaaien, omdat zijn gezin nu gebrek heeft.
Maar... als de oogst komt juichen ze.
Met tranen zaaien.
Ze werden weggevoerd onder veel tranen.
De terugkeer naar het beloofde land is met gejuich.
Zalig die treuren, zij zullen vertroost worden.
Lijden om Christus' wil.
Het lijden om Christus' wil hier op aarde kan ons veel tranen kosten.
Maar... dit lijden en deze tranen wegen niet op tegen de heerlijkheid en de vreugde die aan ons zal geopenbaard worden.
Wenend.
Is dit misschien het laatste graan? Is er nauwelijks iets over om brood te bakken?
Het is ook nog niet zeker dat dit kostbare graan oogst zal opleveren.
Gejuich.
Wie het van God verwacht, komt niet beschaamd uit.