De redding is van God.
David ziet duidelijk dat de redding uit de nood bij God vandaan komt. Hij wil dat zijn onderdanen dat ook gaan inzien.
Psalm 44 en Psalm 60 gaan er ook over.
Wateren en een woeste stroom.
Dat zijn beelden van de vijandige macht.
Ook in Psalm 126:4 gaat het over zeer gevaarlijke watermassa's die er plotseling in een droge woestijn kunnen zijn.
Er staan in de woestijn zelfs waarschuwingsborden die waarschuwen tegen overstromingsgevaar.
Over onze ziel.
=over onze persoon.
=over mij.
=over ons.
Geloofd zij de HEERE.
God gaf de redding.
God krijgt de lof en de eer.
De strik is gebroken.
De vogel was al gevangen, maar iemand heeft de strik losgemaakt en de vogel vrijgelaten.
Zo heeft God Israƫl gered van de ondergang.
In de Naam van de HEERE.
In de Aramese vertaling staat:
Psalm 121:2.