Hoofdstuk 124


Vers 1

De redding is van God.

David ziet duidelijk dat de redding uit de nood bij God vandaan komt. Hij wil dat zijn onderdanen dat ook gaan inzien.



Vers 3

Psalm 44 en Psalm 60 gaan er ook over.



Vers 4

Wateren en een woeste stroom.

Dat zijn beelden van de vijandige macht.

Ook in Psalm 126:4 gaat het over zeer gevaarlijke watermassa's die er plotseling in een woestijn kunnen zijn.


Over onze ziel.

=over onze persoon.

=over mij.

=over ons.



Vers 6

Geloofd zij de HEERE.

God gaf de redding.

God krijgt de lof en de eer.



Vers 7

De strik is gebroken.

De vogel was al gevangen, maar iemand heeft de strik losgemaakt en de vogel vrijgelaten.

Zo heeft God Israƫl gered van de ondergang.



Vers 8

In de Naam vd HEERE.

In de Aramese vertaling staat:

In de Naam vh Woord van de HEERE.



<