Loof de HEERE.
Hier is niet vertaald met halleluja. Dat staat er ook niet in het Hebreeuws.
KJV heeft: Give thanks into the Lord.
Bij "halleluja" staat: Praise the Lord.
Goedertierenheid.
=verbondstrouw.
Volgens Van Dale:
Structuur van de psalm
Driedeling.
Hier wordt opgeroepen om God te prijzen.
Dezelfde indeling staat in
Huis van Aäron.
Priesters.
Die de HEERE vrezen.
Tot de HEERE geroepen.
Alle wegen kunnen afgesloten zijn. De weg naar boven, naar de HEERE, blijft open.
Het was "benauwdheid", maar God geeft "ruimte."
De HEERE is bij mij.
Als God vóór ons is, wie zal dan tégen ons zijn.
De toevlucht nemen tot God.
Bevrijdingspsalm.
De dichter bidt om verlossing en God verhoort.
In de Naam vd HEERE.
De Naam vd HEERE staat voor God zelf. Wie de Naam vd HEERE lastert, lastert God.
Dus hier: met Gods hulp en in vertrouwen op God zijn de vijanden verslagen.
U had mij weggestoten.
U = vijanden.
Deze vijanden hadden het op zijn ondergang gemunt, hij viel bijna, maar de HEERE hielp hem.
Het gaat waarschijnlijk over oorlog en een dreigende nederlaag. God hielp. De rechtvaardigen gaan Gods lof daarvoor zingen.
Jezus zong dit.
Hij zong op de laatste avond deze psalm.
Ik zal leven!
Jezus zingt vóór Zijn dood al van Zijn opstanding.
Lievelingstekst van Luther.
Poorten.
Opvallende overeenkomst met Psalm 24:9.
Ook daar wordt een oproep gedaan aan de poorten voor iemand die rechtvaardig is.
Poorten van de gerechtigheid.
= Shaare Zedek.
Tot heil geweest.
Heil = yeshua.
Steen.
2 mogelijkheden
Jezus past deze woorden op Zichzelf toe. Mattheus 21:42.
De Psalm verwijst naar Jesaja 28:16.
In de evangeliën.
De uitspraak over de verworpen hoeksteen staat steeds ná de gelijkenis vd pachters vd wijngaard. De koning zond uiteindelijk zijn zoon naar hen toe. Die willen ze doden. De farizeeërs begrepen dat de gelijkenis op hen sloeg. Ze willen Jezus doden. Dan volgt deze tekst vd verworpen Steen.
In Handelingen 4:11 haalt Petrus ook deze tekst aan tegenover de Farizeeërs.
Hallel.
Psalm 118 is de laatste Psalm vh Hallel = 113 t/m 118.
Hallel = lof.
113+114 zong men vóór de paasmaaltijd.
115 -118 zong men ná de paasmaaltijd.
Mattheus 26:30.
Profeten hadden bepaald om in tijden van nood het Hallel op te zeggen, om de nood af te bidden.
Gods werk.
Een afgekeurde steen krijgt toch een heel belangrijke plaats.
Gezegend Hij die komt.
Toen Jezus Zijn intocht in Jeruzalem hield, werd wel geroepen: "gezegend die komt ..." Het 2e stuk van dit vers werd niet vervuld. Hij werd NIET gezegend vanuit het heiligdom door de priesters. Zij verwierpen Hem.
Dit "zegenen" heeft te maken met de Messias.
De kroon voor Jezus.
In de tempel werd een kroon, een tiara, bewaard, die de profeet Zacharia had laten maken.
Die kroon was voor "de Spruit", voor de Messias.
Als de priesters Jezus hadden gezegend vanuit het heiligdom, dan hadden ze Hem gekroond met deze tiara.
Toekomst.
In Mattheus 23:37-39 haalt Jezus deze woorden aan, ná de intocht. Israël zal met deze woorden eens de komende Messias binnenhalen. Dan is de wederkomst. Dan zal heel Israël zalig worden, volgens Romeinen 11:25-26.
Het oordeel over Israël zal duren totdat.. ze deze woorden zullen uitroepen.
Gezegend.
Het woord kan ook betekenen:
Wie knielt, maakt zichzelf klein. Daardoor wordt de grootheid van God extra benadrukt.
Zegenspreuk.
Vers 26 is een zegenspreuk. Mogelijk zijn hier priesters aan het woord.
Het einde is hetzelfde als het begin van deze Psalm.