Hoofdstuk 118


Vers 1

Loof de HEERE.

Hier is niet vertaald met halleluja. Dat staat er ook niet in het Hebreeuws. Er staat yâdâh.

KJV heeft: Give thanks into the Lord. Dus:

Bij "halleluja" staat hâlal yâhh. Praise the Lord.


Goedertierenheid.

= verbondstrouw.

Volgens Van Dale:

Structuur van de psalm



Vers 2

Driedeling.

Hier wordt opgeroepen om God te prijzen.

  1. Israël. vers 2.
  2. Huis van Aäron, dus de priesters. vers 3.
  3. Degenen die de HEERE vrezen. vers 4.

Dezelfde indeling staat in



Vers 3

Huis van Aäron.

Priesters.



Vers 4

Die de HEERE vrezen.

Wat is de vrees van de HEERE?

Dat is iets wat blijvend is. Het houdt voor eeuwig stand, staat hier.

Het heeft alles te maken met onze levenswandel.

Vrees des HEEREN hoort zeker bij Jezus.

Een Christen moet als Christus zijn.

Wat is de vrees van de HEERE?



Vers 5

Tot de HEERE geroepen.

Alle wegen kunnen afgesloten zijn. De weg naar boven, naar de HEERE, blijft open.

Het was "benauwdheid", maar God geeft "ruimte."

Dit is een reden waarom de dichter God wil danken.



Vers 6

De HEERE is bij mij.

Als God vóór ons is, wie zal dan tégen ons zijn.

Geen vrees.

Ook David spreekt erover, dat als God erbij is, hij niet bevreesd is.



Vers 8

De toevlucht nemen tot God.

God is onze Toevlucht.

Voor ieder die tot God de toevlucht neemt, geeft God rijke beloften.

Op Gods beloften richt ons geloof zich. God maakt Zijn woorden waar.



Vers 10

Bevrijdingspsalm.

De dichter bidt om verlossing en God verhoort. Opnieuw een reden voor de dank van de dichter.

In de Naam van de HEERE.

De Naam van de HEERE staat voor God zelf. Wie de Naam van de HEERE lastert, lastert God.

Dus hier:



Vers 13

U had mij weggestoten.

U = vijanden.

Deze vijanden hadden het op zijn ondergang gemunt, hij viel bijna, maar de HEERE hielp hem.

Het gaat waarschijnlijk over oorlog en een dreigende nederlaag. God hielp. De rechtvaardigen gaan Gods lof daarvoor zingen en Hem danken.

De HEERE doet krachtige daden.



Vers 17

Jezus zong dit.

Hij zong op de laatste avond voor Zijn kruisdood deze psalm.

Ik zal leven!

Jezus zingt vóór Zijn dood al van Zijn opstanding.


Lievelingstekst van Luther.



Vers 19

Poorten.

Opvallende overeenkomst met

Ook daar wordt een oproep gedaan aan de poorten om zich te openen voor iemand die rechtvaardig is.


Poorten van de gerechtigheid.

= Shaare Zedek.



Vers 21

Ik zal U loven.

In het Hebreeuws staat hier, net als in vers 1, het woord yâdâh. Nu vertaalt KJV ook met "praise".


Tot heil geweest.

Heil = yeshua.



Vers 22

Steen.

2 mogelijkheden

  1. Funderingssteen. Dat is het begin van de bouw. Zo is Jezus het Begin van het geestelijke huis. Ef 2:20-22.
  2. Steen in het midden van de boog, een sluitsteen. Zo is Jezus het Einde.

Jezus past deze woorden op Zichzelf toe.

De psalm verwijst naar

In de evangeliën.

De uitspraak over de verworpen hoeksteen staat steeds ná de gelijkenis van de pachters van de wijngaard. De koning zond uiteindelijk zijn zoon naar hen toe. Die wilden ze doden. De farizeeërs begrepen dat de gelijkenis op hen sloeg. Ze wilden Jezus ook doden. Dan volgt deze tekst van de verworpen steen.


Petrus haalt ook deze tekst aan tegenover de Farizeeërs.

Hallel.

Psalm 118 is de laatste psalm van het Hallel = psalm 113 t/m psalm118.

Hallel = lof.

113+114 zong men vóór de paasmaaltijd.

115 -118 zong men ná de paasmaaltijd.

Profeten hadden bepaald om in tijden van nood het Hallel op te zeggen, om de nood af te bidden.



Vers 23

Gods werk.

Een afgekeurde steen krijgt toch een heel belangrijke plaats.


Zo werd Jezus door de Joodse leiders afgewezen, maar God heeft Hem een plaats van eer gegeven.



Vers 26

Gezegend Hij die komt.

Toen Jezus Zijn intocht in Jeruzalem hield, werd wel geroepen: "gezegend die komt ..." Het 2e stuk van dit vers werd niet vervuld. Hij werd NIET gezegend vanuit het heiligdom door de priesters. Zij verwierpen Hem.

Dit "zegenen" heeft te maken met de Messias. Jezus voorzegt dat de Joden in de eindtijd Hem als Messias met deze woorden zullen begroeten.

Als dat gebeurt, dan wordt heel Israël zalig.

De kroon voor Jezus.

In de tempel werd een kroon, een tiara, bewaard, die de profeet Zacharia had laten maken.

Die kroon was voor "de Spruit", voor de Messias.

Als de priesters Jezus hadden gezegend vanuit het heiligdom, dan hadden ze Hem gekroond met deze tiara.


Toekomst.

In Mattheus 23:37-39 haalt Jezus deze woorden aan, ná de intocht. Israël zal met deze woorden eens de komende Messias binnenhalen. Dan is de wederkomst. Dan zal heel Israël zalig worden, volgens

Het oordeel over Israël zal duren totdat.. ze deze woorden zullen uitroepen.


Gezegend.

Het woord kan ook betekenen:

Wie knielt, maakt zichzelf klein. Daardoor wordt de grootheid van God extra benadrukt.


Zegenspreuk.

Vers 26 is een zegenspreuk. Mogelijk zijn hier priesters aan het woord.

"Wij" zijn dus de priesters.



Vers 28

Mijn God.

Het geloof zegt: "mijn".



Vers 29

Het einde is hetzelfde als het begin van deze psalm.



<