HEERE, geef Uw Naam eer.
God moet voor Zijn eigen eer zorgen.
Dat is precies ook wat we bidden in het "Onze Vader": Uw Naam worde geheiligd.
Uw Naam worde geheiligd.
Ezechiel 36:20-23 zegt: God heiligt Zijn Naam. Dat doet Hij door de Joden terug te brengen in het land Israël. Israël had Gods Naam ontheiligd. Als de Joden terug zijn, is er weer een volk, dan kan Jezus Koning worden over de Joden , zoals Gabriël zei in
We bidden deze bede dus ivm het aanstaande koninkrijk, het vrederijk van de Messias.
Waar is hun God?
Israël in ballingschap ontheiligt de Naam van God.
De heidenvolken vinden Israëls' God géén sterke God. Hij kan Zijn volk niet redden, denken de volken.
Maar God zal voor Zijn eigen eer zorgen. Hij heiligt Zijn Naam, voorzegt
Dat "heiligen" bestaat uit het terugbrengen van Israël in Gods land.
We zien dit, sinds 1948, opnieuw gebeuren.
Het volk zal daar niet meer uitgaan.
Hun afgoden.
Dat zijn de afgoden van de heidenvolken. Hoewel ze Israël in ballingschap hebben gevoerd, zijn hun goden geen machtige goden.
Alleen de God van Israël is God.
Occulte = verborgen.
Achter de afgodsbeelden gaat een geestelijke macht schuil.
Dat is de verklaring voor tal van wonderlijke verschijnselen en ook voor demonische gebondenheid.
Laat wie ze maken..
Dat zijn dus de beeldhouwers van de afgodsbeelden.
Ook de vereerders die er goden van maken.
Wat hoort bij vertrouwen op God?
Vertrouwen = geloven.
Degenen die op God vertrouwen ontvangen Zijn zegen.
Dat lees je in de verzen 12-14.
Driedeling.
Deze indeling staat ook in Psalm 118:2-4.
Daar wordt opgeroepen om God te prijzen.
U die de HEERE vreest.
=ontzag hebben voor God.
Dat is iets wat blijvend is.
Het heeft alles te maken met onze levenswandel.
Wat is de vrees des Heeren?
Meer en meer zegenen.
Letterlijk: de HEERE zal tot u toedoen, tot u en tot uw kinderen. Dus de bevolking zal sterk toenemen.
Hemel en aarde.
God geeft steeds grenzen aan.
De meest fundamentele grens is het onderscheid tussen hemel en aarde.
God is God.
Mensen zijn mensen.
God wil géén grensvervaging. Zo schiep Hij de dieren naar hun aard. Hij wil géén vermenging en voorkomt dat door onvruchtbaarheid. (b.v. als we paard en ezel kruisen)
Satan is uit op grensvervaging, zelfs tussen man en vrouw.
God prijzen.
De overledenen prijzen God niet meer.
Wie van de levenden God niet prijst, moet vrezen dat hij geestelijk dood is.
In de stilte neergedaald.
Dat zijn de geesten van de overledenen, ze zijn onder het OT in het dodenrijk.
Korach, Datan en Abiram daalden levend in het dodenrijk.(sheool).
Maar wij..
Deze "wij" zijn de mensen die God vrezen. Deze mensen worden in vers 11 genoemd.
Zij dienen de ware God en zeker geen waardeloze afgoden.
Tot in eeuwigheid.
Wie God vreest, heeft eeuwig leven. De lofprijzing begint hier op aarde, zodra we wedergeboren worden.