Gebed.
Deze psalm wordt een gebed genoemd. Er zijn nog 4 andere psalmen die zo genoemd worden.
Grote ellende bij de dichter.
Hij gaat naar God, het juiste adres.
Zelfde roep tot God.
Mijn dagen zijn als rook...
De dood voelt hij naderen.
Het leven verdwijnt.
Hij is heel mager, vel over been.
Ik lig wakker.
De dichter doet vanwege alle ellende geen oog dicht.
Mijn vijanden honen.
Vijanden maken alle ellende nog zwaarder.
Mijn naam als een vloek.
De naam van de dichter wordt gebruikt in eedformules. Ze vervloeken hem.
Zoals:
Letterlijk:
Ik eet as als brood.
Als teken van rouw zit de dichter op de grond en heeft as op het hoofd. Die as komt regelmatig in zijn mond.
Diep in de put.
Hij zit in een rouwproces. Zijn vijanden zijn actief, maar ook Gód is vertoornd op hem volgens vers 11.
Gramschap en toorn van God.
Jeruzalem is door Nebukadnezar verwoest.
Maar... ondanks dat heeft God een tijd van ballingschap van 70 jaren gesteld. Jeremia mag dat profeteren.
Daniël mag het lezen en er God aan herinneren.
Langer wordende schaduw.
Een langer wordende schaduw betekent een ondergaande zon, dus het eind van de dag. Zo ziet de dichter zijn levenseinde naderen.
U blijft eeuwig.
Het 10-stammenrijk was weggevoerd door Assyrië.
Nu heeft Babel het 2-stammenrijk ook weggevoerd.
Jeruzalem is verwoest.
Alles hier is tijdelijk, maar God is eeuwig. Hij blijft getrouw aan Zijn verbond. Hij zal Zich weer ontfermen.
U zult opstaan.
Ontfermen over Sion.
De nood gaat verder dan persoonlijke nood. Het betreft ook Sion, Jeruzalem.
Dat is een verwoeste stad, maar dat zal niet zo blijven.
Het gaat hier niet over de gemeente of over een opwekking onder christenen.
Dat blijkt duidelijk uit
Levende stenen van Gods gebouw worden toch niet met gruis vergeleken?
De vastgestelde tijd is gekomen.
Jeremia profeteerde over 70 jarige ballingschap.
Daniël ontdekte dat de profetie van Jeremia (bijna) vervuld was. Hij bracht het God onder de aandacht.
Dat doet deze dichter ook.
Uw dienaren.
Misschien wijst dit op de tijd van Ezra en Nehemia.
De teruggekeerde ballingen willen het verwoeste Jeruzalem weer opbouwen.
De heidenvolken zullen U vrezen.
De verzen 16+17 zien verder naar de toekomst. Alle volken, alle koningen.
De heerlijkheid van God (sjechina) zal in de eindtijd weer in Sion zijn.
Ook Jezus regeert dan op Davids troon te Jeruzalem. Alle volken zullen Zijn heerlijkheid zien.
Alle koningen vrezen Uw heerlijkheid.
Hier is Messiaanse profetie.
Als Jezus wederkomt, dan verschijnt Hij in heerlijkheid.
Hem zullen alle koningen eren. Jezus is dan de vorst van alle koningen.
De heerlijkheid van God komt terug in Jeruzalem.
We lezen wel dat de heerlijkheid van God verscheen in de tabernakel.
Ook dat die verscheen in de tempel van Salomo.
We lezen ook dat deze heerlijkheid uit Salomo's tempel vertrok, kort voor de verwoesting van de tempel.
Nergens lezen we dat deze heerlijkheid van God terugkeerde in de tweede tempel. Die terugkeer is pas in de derde tempel die door Ezechiël wordt beschreven.
Ook hier gaat om eindtijdprofetie. Dat staat ook nadrukkelijk in
Daar staat letterlijk: Dit wordt beschreven voor de laatste generatie.
Zegen voor heidenvolken.
Voor het volgende geslacht.
Letterlijk:
De grote daden van God worden met een doel opgeschreven. Dat doel staat ook in
De geslachten moeten alle eeuwen door hun hoop op God stellen en Hem loven.
Het gaat ook over de toekomst.
Israël is dan weer "Godlover".
Het volk dat geschapen wordt zal God loven.
Israël zal Jezus bij Zijn wederkomst als Messias erkennen. Dat heeft Jezus voorzegd.
Dan zal heel Israël zalig worden.
Dan loven ze God.
De gevangenen.
Dat ziet waarschijnlijk op de Joden in ballingschap.
Maar in de messiaanse context kan het ook zien op de vervolgden tijdens de grote verdrukking.
De antichrist vervolgt de heiligen.
Zijn lof vertellen.
Heidenvolken komen Hem dienen.
Dit zal gebeuren in het vrederijk. Ook andere profeten spreken erover.
Nu volgt er weer een terugkeer naar de eigen nood van de dichter.
U.
Hier is het God. De schrijver van Hebreeën past deze tekst toe op Jezus.
De grootheid van Jezus.
Hij blijft eeuwig.
Die zullen vergaan.
Alles wordt nieuw.
Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Veilig wonen.
Israël zal weer in Gods land wonen. De vervulling zien we al sinds 1948. De profeten hebben dit vrederijk voorzegd. Een heerlijke toekomst, zonder oorlog.