Hoofdstuk 1


Vers 1

Twee wegen.

De goede weg, de weg van de wijsheid.

De slechte weg.

Welzalig.

Tegengesteld aan welgelukzalig is "wee" dat goddelozen treft.

Het begin van deze psalm is eigenlijk een uitroep:

Goddeloze.

Goddelozen zijn in OT vaak mensen die wel van God weten, maar niet doen wat Hij wil. Ze hebben geen vrucht van de Geest.


Van kwaad tot erger.

  1. Wandelen.
  2. Staan
  3. Zitten. Wie zich met zonde inlaat gaat zich er steeds meer thuis voelen. Dan "zit" hij tenslotte.

Raad:

vgl.

De woorden raad, weg en kring duiden de omgeving en activiteiten van de zondaars aan.


Spotters.

Wijsheidspsalm.

Psalm 1 is een leerdicht, een wijsheidspsalm en stelt ons voor een keus: brede of smalle weg?


4 groepen:

  1. goddelozen.
  2. zondaren.
  3. spotters.
  4. rechtvaardigen.



Vers 2

De wet van de HEERE.

Wet= torah, Gods onderwijzing. Het gaat dus over de bijbel.


Overdenken.

Elke gelovige weet dat het hart verkoelt als hij/ zij niet regelmatig uit Gods woord leest. Wie over het woord nadenkt, denkt na over de God van dat woord.

Vreugde.

De feestdag "vreugde der wet", de achtste dag van het Loofhuttenfeest, is gebaseerd op deze tekst.

Het leven met Gods Thora draagt vrucht.



Vers 3

Geplant.

Letterlijk:

Dus de wortels uit de grond, de oude grond eraf en op een andere plaats weer gepoot.

Dit wijst op de wedergeboorte. Hij / zij is overgeplant van het koninkrijk van de duisternis naar het koninkrijk van Jezus.

Waterbeken.

Dit woord staat in meervoud.

De boom moet dus staan op een splitsing van een beek of op een punt waar beken samenkomen.



Vers 4

Vrucht of kaf.

Kaf dat de wind wegblaast.

De Septuaginta eindigt deze tekst met "van het aangezicht van de aarde".

Kaf is waardeloos.



Vers 6

Tweeërlei einde.

God bepaalt het lot van beide groepen. Het laatste lot is negatief en dreigend. Ernstige waarschuwing.


Psalm 1 en Psalm 112.

Psalm 112 begint en eindigt precies zoals Psalm 1:



<