Hoofdstuk 7


Vers 3

Maanden..

Het leed duurt maar voort. Het duurt lang.

De ziekte vreet voort.

Ik ga sterven.



Vers 11

Ik zal mijn mond niet houden.

Job wil klagen.

Ook 's nachts vindt Job geen rust. Dan zijn er nare dromen, nachtmerries.



Vers 12

Ben ik soms...?

Jullie, vrienden, zijn er toch niet om mij in toom te houden?

Ik ben toch geen geweldenaar, zoals een zeemonster, de Leviathan?



Vers 15

Mijn ziel verkiest verstikking.

Gewurgd worden is beter dan in dit lichaam te leven.



Vers 19

U of u?

De vertalers schrijven U.

Misschien moet het wel "u" zijn. Dan klinken deze verwijten tegen de vrienden.



Vers 20

Heb ik gezondigd?

Job wil van de vrienden weten wat zijn zonde dan is.

Als er géén zonde is, wat is er dan aan de hand?

En als er wél zonde is waarom vergeven jullie het mij dan niet?

Misschien is Job ook in zijn klacht overgeschakeld naar klagen tegen God. Daarom hebben de vertalers "U".

Bildad spreekt Job ook aan over wat Job tegen God zegt.



<