Hoofdstuk 33


Vers 7

Geen angst, Job.

Elihu zegt Job wel de waarheid, maar wordt geen tegenstander zoals de vrienden.



Vers 14

God spreekt wel, maar hoe?

We moeten Gods spreken opmerken.

Het kan zijn door

Lijden hoef je niet te ervaren als straf van God. Het lijden kan ook louteren.



Vers 23

Een afgezant.

Malach = boodschapper of engel.

Deze afgezant of Godsgezant kan ook een mens zijn die de zieke de beproeving leert verstaan.

De afgezant kan ook Jezus zijn, de Engel des HEEREN.

Job sprak over hemelse bijstand.

Job sprak over zijn Losser.

Elihu haalt dat hier in herinnering en noemt dat genade van God.



Vers 24

Verlos hem.

Job had geklaagd dat hij spoedig zou overlijden.

God kan ook wel aan de rand van de dood brengen, maar daarna de persoon weer naar het leven terugbrengen, zelfs twee of drie keer.



Vers 25

Hoe schetst Elihu Job?

Hij doet niet als de 3 vrienden. Hij schetst niet het beeld van een zondaar. Elihu schetst een ernstig zieke die zijn vertrouwen op Gods genade stelt. Als hij herstel krijgt, kan hij God de eer geven.



<