Hoofdstuk 32


Vers 2

Elihu.

= God is Hij.

Een naam vol ontzag voor God.


Buz.

Buz was broer van Bethuël en Uz.

Elihu was dus in verte nog familie van Job.

Job woonde in het land Uz.


Woede van Elihu.

Woede omdat Job aan zijn onschuld vasthield.

Elihu vindt dat Job doet alsof hij de mens is die precies doet wat God van de mens mag verwachten.

Elihu weet niet wat God zelf over Job zei.

Elihu is kritisch.

Job had hierom gevraagd.



Vers 3

Woede tegen de vrienden.

Ze zeiden dat Job wel een goddeloze moest zijn, maar ze bewezen niets.



Vers 8

De Geest van God maakt wijs.

Het is Elihu duidelijk dat het verstand niet komt met de jaren.

Nee, de Geest van God maakt wijs.

Dat constateerde Job ook.



<