Hoofdstuk 2


Vers 2

Rondtrekken over de aarde.



Vers 3

Gods getuigenis.

Wat God over Job zei in Job 1:8, dat herhaalt God nu, maar die herhaling is nu wel nadat Job zijn 10 kinderen verloor, veel knechten omkwamen, zijn vee kwijtraakte en straatarm werd.

Toch bleef hij God trouw.



Vers 6

Dit leed kon Job treffen omdat Job zoveel van God hield. God dacht mogelijk : met Job kan ik het wel wagen. Job zal standhouden.



Vers 7

Satan brengt leed.

Satan brengt dit leed over Job. Het gaat niet buiten God om. God staat dit toe om satan te laten zien dat gelovigen God niet dienen om het voordeel. Het gaat hen om God en niet om wat God geeft.

Satan sloeg later ook Paulus.



Vers 9

Zeg God vaarwel.

In SV "zegende" (=vloekte) Naboth God en koning Achab.

Het Hebreeuwse woord "bârak" betekent ook:

Zou de vrouw van Job het ook positief bedoeld kunnen hebben?

Loof God voor de laatste keer en sterf dan maar.

De reactie van Job veronderstelt dat zijn vrouw iets negatiefs zegt.



Vers 10

Een dwaze vrouw.

Helaas kon Jobs vrouw niet zo berusten in het leed. Ze werd opstandig.

Maar... ze had ook 10 kinderen op één dag verloren. Ook zij was straatarm geworden.


Zouden we het kwade...

Job zondigde niet.

Satan is nu voor de tweede keer verliezer.



Vers 12

Ze herkenden Job niet.

De zweren mismaakten Jobs gezicht en lichaam.



<