Hosea wordt koning.
Uit een Assyrisch gedenkteken blijkt dat Tiglat-Pileser Hosea als koning aanstelde.
De tijd?
Zie aantekeningen bij
Daar staat: 20e jaar van Jotham.
Niet zoals de vorige koningen.
Toen Hizkia het paasfeest wilde vieren en ook de 10 stammen uitnodigde, mochten deze burgers ongehinderd gaan van Hosea.
Anderen menen dat dit paasfeest pas was ná Hosea.
Weggevoerd.
Spijkerschriftteksten vertellen dat Sargon II 27.290 Joden wegvoerde.
Er waren nog mensen over.
Sargon II was de opvolger van Salmanassar.
Wegvoering was voorzegd.
Offerhoogten.
Vaak waren deze offerhoogten voor afgoden.
Het leger aan de hemel.
Israël deed wat God verbood.
Dat zij daar woonden.
Het gaat om heidenvolken die door de Assyriërs naar Gods land worden gebracht.
De heidenen wonen wel in Gods land, maar ze dienen God niet.
God straft hen, net zoals Israël gestraft is.
Hij leerde hen hoe ze God moesten dienen.
De heidenen krijgen onderwijs over God en hoe God gediend wil zijn.
Nu gaan de heidenen naast hun eigen afgoden ook God dienen.
Uit vermenging van Joden en heidenen ontstonden de Samaritanen.
Omdat die polytheïsten waren, mochten ze later niet helpen met de bouw vd tempel in Jeruzalem.
De goden vd Samaritanen.
Ze dienen God als een kalf. Zo past God in het rijtje vd afgoden.
Nibhaz is een hond.
Tartak is een ezel.
Asima is een bok. Enz.
Offerhoogten.
Vaak waren deze offerhoogten voor afgoden.