Achaz was 20 jaar oud.
Hij stierf toen hij 36 jaar was. Toen was zijn zoon Hizkia al 25 jaar volgens
Door het vuur gaan.
Hij ging doen zoals de Kanaänieten deden. Ze offerden kinderen van 3-12 maanden.
Ze belegerden Achaz.
Toen deed Jesaja de bekende profetie.
Een nieuw altaar.
In een afgodstempel zag Achaz een beroemd, maar afgodisch brandofferaltaar. Hij laat het namaken en in de tempel te Jeruzalem plaatsen.
Hij denkt nu dat de " machtige" god van de Syriërs ook zijn god zal zijn.
Dan wordt waarschijnlijk vervuld wat Jesaja zei: er wordt een kind geboren met de naam Immanuël, god (de Syrische afgod) is met ons.
Immanuël.
Immanuël is niet de naam van Jezus. Maria noemde Hem zo niet.
In Mattheus 1:23 staat: Zij zullen ( of men zal) roepen :God is met ons.
Men zegt dat van Jezus.
Brandofferaltaar.
Het altaar van Salomo wordt verplaatst en niet meer gebruikt.
Om te onderzoeken.
Achaz legt beslag op het altaar van Salomo. Hij wil er over nadenken wat hij ermee gaat doen.
Koperen runderen.
Het grote wasvat van Salomo wordt gesloopt.
De 12 runderen gaan eronder vandaan.
Toch waren ze er nog toen Nebukadnezar Jeruzalem innam.
Galerij vd sabbat.
Een overdekte plaats voor de koning als hij op de sabbat in de tempel was.
Vanwege de koning van Assyrië.
De Assyrische koning mocht de opgang naar de tempel en de koningsstoel niet zien. Het moest duidelijk zijn dat Achaz JHWH niet diende.