Hoofdstuk 4


Vers 2

Azaria.

Azaria was de kleinzoon van Zadok en misschien ook van Salomo.

Hij was een zoon van Ahimaäz, de snelle bode van David. Deze Ahimaäz was schoonzoon van Salomo.

Misschien was Azaria ook wel een kleinzoon van Salomo.



Vers 3

Josafat.

Hij had die functie ook al onder koning David.



Vers 4

Abjathar.

Hij was door Salomo afgezet.

1 Koningen 2:26-27.



Vers 5

Opzichters.

Dat waren districtshoofden.


Priester en vriend.

Persoonlijke vertrouwensman.



Vers 6

Adoniram.

Dit ambt had hij al bij David, daarna onder Salomo en ook nog kort bij Rehabeam.



Vers 7

12 opzichters.

Hun leidinggevende was volgens vers 5: Azaria.


De 12 gebieden van deze opzichters vielen niet samen met de stamgebieden. De opbrengst vd belasting ging niet meer in stamverband, zoals onder David.



Vers 11

Schoonzoon.

Deze opzichter was schoonzoon van Salomo. Hij was getrouwd met Tafath, de dochter van Naëma, de Ammonitische.



Vers 12

Baäna.

Hij was een broer van Josafat uit vers 3.



Vers 13

Jaïr.

Jaïrs grootvader was Hezron, zoon van Perez, zoon van Juda.

Zijn oma was een dochter van Machir uit Manasse.



Vers 15

Ahimaäz.



Vers 16

Husaï.

Raadgever van David.



Vers 18

Simeï.



Vers 19

De enige opzichter.

Enkele stukken in het Over-Jordaanse vielen onder



Vers 22

Een kor.

Vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter.

Er zijn ook uitleggers die denken aan 140 kg.

90 x 140 kg = 12600 kg.


De hofhouding werd vaak in natura betaald. Het gaat dan meer over de belasting dan over de consumptie.

Wat hier allemaal genoemd wordt betekent een "hofhouding" van 14.000 mensen.



Vers 24

Deze zijde.

Letterlijk: overzijde.

De schrijver zat misschien in ballingschap, dus hij zat zelf aan de oostkant van de Eufraat. Vanuit Jeruzalem gezien is dat dus "deze zijde".



Vers 25

Zitten onder wijnstok..

Beeld van rust en vrede. Dat zal in het Messiaanse vrederijk standaard zijn.



Vers 26

40.000 stallen.

In 2 Kronieken 9:25 staat 4000.

4000 is waarschijnlijk, want men spande 2 paarden voor 1 wagen.

1 paard was bovendien reserve.

40.000 : 3 = 13.300.

13.300 wagens klopt niet met 1 Koningen 10:26. Daar staat 1400 wagens.

Dat klopt beter met:

Vertrouwen op paarden?

God wil dat het volk op Hem vertrouwt. Dan belooft Hij hulp.

Barak geloofde God. Zijn tegenstander Sisera had 900 wagens.



Vers 29

Wijsheid

Is nodig.

Is een gave.

Is een opgave.



Vers 31

Ethan.

Hij heet ook Jeduthun.

De dichter van Psalm 89.

Hij was uit de Levieten van Merari.


Heman.

De dichter van Psalm 88.

Hij was een kleinzoon van Samuël.

Hij stamde af van Korach.

Hij was ziener = profeet van koning David.

Hij had het grootste gezin (?) uit de bijbel, als hij 1 vrouw had: 14 zonen en 3 dochters .

Zonen van Mahol.

Dit kan ook vertaald worden met:



Vers 32

Liederen.



Vers 33

Leren van de natuur.

We zien vaak dat de natuur superieur is aan analoge voorbeelden van menselijk ontwerp.



<