Hoofdstuk 18


Vers 1

In het 3e jaar???

Er was een droogte van 3½ jaar.

Dan is dit toch eigenlijk het 4e jaar?

Of...is dit het 3e jaar dat Elia in Zarfath is.



Vers 4

Obadja.

Elia dacht dat hij nog de enige was die God diende.

Maar God kent er nog 7000.

Hier ontmoet Elia er één.

Hij verborg 100 profeten.



Vers 12

Door de Geest opgenomen.

Achab had zeer intensief naar Elia laten zoeken.

Zo zelfs dat men tot de conclusie kwam dat Elia opgenomen was.



Vers 13

Gods profeten gedood.

Izebel wil de dienst van God uitroeien.

Obadja redde 100 profeten.

Naastenliefde is vrucht van godsvreze.



Vers 17

Die Israël in het ongeluk stort.

Achab ziet in Elia meer een magiër dan een profeet.

Hij ziet in Elia meer de bewerker van het onheil dan de aankondiger ervan. Daarom wilde hij Elia doden, om dat onheil teniet te doen.



Vers 20

Berg Karmel.

El Mohraha, een zacht glooiend deel van Karmel. Ook redelijk dicht bij de beek Kison waar Elia de profeten doodde.


Karmel.

Kerem-el.

Kerem = wijngaard.

El = God.

Wijngaard van God.



Vers 21

Elia en Samuël.

In 1 Samuel 12:17-18 bidt Samuël ook om bliksem en regen.

Dat is daar een teken.

Ook daar is het volk diep onder de indruk.

Samuël waarschuwt, net als Elia, om niet de afgoden te dienen.



Vers 22

Alléén ik ben over.

Hij kan hier niet spreken over de 100 profeten die Obadja verborg.



Vers 23

Eerste keus.

De Baälpriesters mogen het mooiste offerdier kiezen.



Vers 24

Roep Baäl aan.

Baäl werd afgebeeld met een bliksem in zijn hand, dus het offer aansteken zou voor Baäl niet zo moeilijk moeten zijn.

Ook was Baäl de god van regen en vruchtbaarheid.

Zijn onmacht was gebleken gedurende 3½ jaar.



Vers 26

Van morgen tot middag.

De Baälpriesters kregen minstens 3 uur de tijd.

Ze voeren een offerdans uit.



Vers 28

Zwaarddans.

De offerdans heeft geen effect.

Ze gaan over op de zwaarddans. Dan vloeit er bloed.



Vers 29

Geestvervoering.

Extase.



Vers 31

12 stenen.

Elia rekent met 12 stammen.

Straks ook 12 kruiken water.



Vers 34

Vul 4 kruiken.

Om aan water te komen kan men, als de middag al ver voorbij is, niet 3x naar de zee lopen.

Waarschijnlijk haalde hij het water uit een bron die 250 voet onder El Mohraka ligt.



Vers 36

Toen men het graanoffer bracht.

Dat graanoffer werd in Jeruzalem in de tempel om 15.00 uur gebracht.



Vers 38

Altaar weg.

God laat zien dat Hij de ware God is.

Ook het altaar is verdwenen. De Karmel mocht géén godsdienstig centrum worden.



Vers 39

De HEERE is God.

Dat is de betekenis van de naam Elia.

Men riep: Elia, Elia.



Vers 40

Doodstraf.

De doodstraf wordt in Deuteronomium 13 bevolen.



Vers 42

Elia bidt.

Hij bidt, ondanks Gods belofte in vers 1.

God wil toch ook gebeden zijn.



<