Scheba, Sjeba.
Ivm. de Naam vd HEERE.
Ze had gehoord dat God Salomo die wijsheid had gegeven.
Opvallend is dat Salomo niet spreekt over de Naam vd HEERE. Het gaat over: huis, maaltijd, knechten, tempel, handel. Het gaat vooral over het aardse.
Raadsels.
Dat kan ook zijn met vraag en antwoord.
Brandoffers.
Het grondwoord voor "offers" is hetzelfde als "opgang" zoals SV vertaalde.
De SV heeft het dan over de verbinding tussen paleis en tempel.
120 talenten.
Een talent is ongeveer 30 kilo.
Dit is precies het grote bedrag dat Salomo schuldig was aan Hiram.
Dit was waarschijnlijk onderdeel van een handelstransactie.
Ofir.
De Feniciërs kenden Brazilië.
Het sandelhout noemden de Israëlieten "brazil". Dat hout ruikt lekker.
Oud-Ierse mythologie spreekt over Brazil, een westelijk eiland aan de andere kant van de oceaan.
Waarschijnlijk ligt Ofir ook in Zuid-Amerika en heet nu Peru.
Dat klopt ook met de zeereis van 3 jaren die genoemd wordt in vers 22.
Paraibain-inscriptie .
In Brazilië bestaat de paraibain-inscriptie. Die vermeldt over reizigers die vertrokken uit Esjon-Geber aan de Rode Zee.
Ofir was waarschijnlijk Peru.
De Paraíba-inscriptie is hoogstwaarschijnlijk een 19e-eeuwse vervalsing, geen oud Fenicisch document. Dan zegt het niets over de ligging van Ofir.
Salomo gaf alles waar ze om vroeg.
In de Ethiopische grondwet van 1955 art. 2 staat dat de koninklijke waardigheid afstamt van Menelik I, zoon van de koningin van Scheba en Salomo.
Keizer Haille Selassie heette: leeuw van Juda.
(1892-1975)
Selassie was inderdaad telg van de zogenoemde Salomonsdynastie, die vanaf 1270 over Ethiopië regeerde. Deze dynastie had in dat jaar de voorgaande Zagwedynastie omvergeworpen, met een beroep op afstamming van koning Salomo.
666.
Opmerkelijk getal.
Gouden schilden.
In de tijd van Rehabeam neemt farao Sisak deze schilden mee.
Ook David had al gouden schilden vanuit Damaskus naar Jeruzalem gebracht.
Huis vh woud van Libanon.
Dat gebouw stond dicht bij het paleis. Daar was het wapenarsenaal.
12 leeuwen.
De leeuw is een beeld van macht.
12 leeuwen, 12 stammen van Israël.
Goud en zilver.
Er was zoveel goud, dat het zilver veel in waarde verloor.
Tarsisvloot.
De kanttekeningen SV geven aan dat "schepen van Tarsis" zeeschepen zijn.
Salomo heeft een Tarsisvloot, zeeschepen.
Jona vlucht naar Tarsis. Hij vlucht niet naar een plaats, maar hij vlucht de zee op.
Paraibain-inscriptie .
In Brazilië bestaat de paraibain-inscriptie. Die vermeldt over reizigers die vertrokken uit Esjon-Geber aan de Rode Zee.
Ofir was waarschijnlijk Peru.
Archeologen denken dat dit een 19e eeuwse vervalsing is.
De Paraibain-inscriptie bevindt zich tegenwoordig niet in een museum of officiële collectie.
Wat er feitelijk aan de hand is:
Wat is er met de steen gebeurd?
De originele steen is verdwenen.
Niemand weet waar hij is.
Hij is nooit wetenschappelijk onderzocht op de vindplaats.
3 jaren.
Vanuit Ezeon-Geber was het een lange reis, helemaal om Afrika heen naar Amerika, naar Ofir.
Als Columbus in Haïti aankomt, denkt hij in Ofir te zijn. Ook daar waren veel goudmijnen.
In de gouden eeuw was een gemiddelde zeereis van Nederland naar Indonesië 6-8 maanden. Met veel betere schepen van de WIC zou in Salomo's tijd een enkele reis naar Amerika ruim een jaar duren.
Apen en pauwen.
Deze dieren en goederen wijzen sterk richting:
Maar... dan hoeft een handelscyclus toch niet 3 jaren te duren.
Strijdwagens en ruiters.
Salomo negeerde dit gebod van God.