Hoofdstuk 1


Vers 1

David was oud.

Hij was ongeveer 70.

Hij regeerde totaal 40 jaren, vanaf zijn 30e.


Oorspronkelijk 1 boek.

1 en 2 Koningen waren oorspronkelijk 1 boek. In de Septuaginta is het verdeeld in 2 boeken: het 3e en 4e boek van de koninkrijken. 1 en 2 Samuel waren de boeken 1 en 2 van de koninkrijken.



Vers 3

Sunem.

15 km ten zuiden van Nazareth.



Vers 4

Geen gemeenschap.

Abisag werd dus geen vrouw of bijvrouw. Ze was meer privé- verzorgster.



Vers 6

Na Absalom.

Dit betekent NIET dat Haggith de moeder van Absalom was. De moeder van Absalom heette Maächa.

Adónia was een jongere halfbroer van Absalom.



Vers 7

Geen profeet.

We lezen niet dat Adonia een profeet had.

Saul en David waren gezalfd door de profeet Samuël.

Salomo wordt gezalfd door de priester Zadok.



Vers 8

Simeï.



Vers 9

Zoheleth.

= slangensteen.

Dit was toen nog een gewijde plaats.


Hij nodigde zijn broers.

Salomo was niet genodigd.

Adónia wist heel goed dat God Salomo als opvolger van David wilde. Dat was al bekend vanaf de geboorte van Salomo.



Vers 11

Koning is.

Letterlijk: dat hij zo goed als koning is.



Vers 20

De ogen van heel Israël...

Israël volgt Adónia nog niet, maar wacht op de beslissing van David. Hij moet de opvolger aanwijzen.



Vers 21

Als schuldigen beschouwd.

Bathseba en Salomo zijn niet genodigd op het feest van Adónia.

Als Adónia koning wordt, zullen Bathseba en Salomo gedood worden. Ze worden vast van hoogverraad beschuldigd.



Vers 30

Salomo.

Op zijn vroegst was Salomo de 10e zoon van David.


Toch oorlog gevoerd.

Hoewel Salomo een vredevorst was, voerde hij toch een oorlog tegen Hamath-Zoba.



Vers 33

De dienaren.

Muildier.

Wie op het rijdier van de koning reed, gold als de opvolger.


Gihon.

Gihon is één van de paradijsrivieren.

De Gihonbron ligt ten westen van Sion.

De Gihonbron ligt ten oosten van de stad van David en ongeveer 1 km van de put Rogel. (Vs.9)

Vanaf de Gihonbron loopt een watertunnel de stad in.



Vers 36

Moge de HEERE...

Benaja doet de wens dat de HEERE Zijn instemming geeft.



Vers 39

Zadok zalfde Salomo.

In 1 Kronieken 29:22 wordt Salomo voor de tweede keer gezalfd, maar nu t.a.v. het hele volk.


Olie.

Deze zalving gebeurde in haast.

Er werd waarschijnlijk gewone olijfolie gebruikt.

Dus niet de speciale olie uit



Vers 40

Fluiten.

Gemaakt van hout of been.



Vers 50

Greep de hoorns.

Zo stelde iemand zich onder de bescherming van God.

Brandofferaltaar.

Dit was een nieuw gemaakt brandofferaltaar.

Het oude brandofferaltaar, uit de tijd van Mozes, stond nog op de offerhoogte in Gibeon.



<