Alle stammen.
In 1 Kronieken 12:23-40 staan namen en details.
Ze waren al door Abner voorbereid.
Met zijn mannen.
Die mannen kwamen nu uit heel Israël.
Jeruzalem.
Jeruzalem lag op de grens van Juda en Benjamin.
De Jebusieten woonden er. De stad was niet van Israël.
In Richteren 1:21 verdrijft Benjamin de Jebusieten NIET.
In Jozua 15:63 woont Juda bij de Jebusieten. Ook Juda verdreef de Jebusieten niet.
Bethlehem -Juda ligt dichtbij Jeruzalem, het vroegere Jebus.
Watergoot.
Vanaf de Mariabron (= Gihon, in het Grieks Siloam) loopt een lange schacht loodrecht omhoog en komt uit in de stad. De schacht was gehakt voor tijden van nood.
Toegevoegde belofte.
Letterlijk: de gehatenen van de ziel van David.
In de SV volgt een belofte, die evenwel niet in de grondtekst staat, maar ter verduidelijking vanuit 1 Kronieken 11:6 is toegevoegd.
David haat ze.
Het was waarschijnlijk geen goede verstandhouding tussen de Jebusieten en Juda.
Als David Goliath heeft gedood, gaat hij het afgehakte hoofd bij Jebus (Jeruzalem) laten zien.
Dat zal als waarschuwing bedoeld zijn.
Millo.
Dat is " vesting Sion ". Vs 7 David gaat er wonen, maar later de HEERE ook.
Jebusieten.
Er bleven ook Jebusieten wonen, want Arauna had daar nog een dorsvloer.
Zonen van Bathseba.
Elifeleth en Elisama.
In 1 Kronieken 3:6-8 komen deze namen 2x voor.
Twee kinderen zijn waarschijnlijk jong gestorven.
Oogsttijd.
Het was in een oogsttijd.
Dal Refaïm.
Dat is: dal vd reuzen.
Hier woonden eens kinderen van Enak.
Het dal ligt tussen Jeruzalem en Bethlehem.
Een vruchtbaar dal.
Hier haalden 3 helden water uit de put van Bethlehem.
Baäl-Perazim.
Baäl-Perazim betekent:
Wat hier gebeurde bleef lang in herinnering.
Het was ook heel bijzonder.
Namen ze mee.
Ze gingen ze verbranden.
David vraagt God om raad.
Hij vertrouwt op God en niet op eigen militair inzicht.
Moerbeibomen.
Eigenlijk baka-struiken, een soort balsemstruiken.
Als er een blad afbreekt, druppelt er wit sap uit de wond.
Baka-dal = tranendal.