Paarden.
Absalom had paarden.
Hij handelt tegen Deuteronomium 17:16.
Hij vervult 1 Samuel 8:11.
David zelf reed op een muildier.
Na 40 jaren.
Hebron.
Was daar wrok tegen David? Hebron was geen hoofdstad meer. Het was ook zijn geboortestad.
200 mannen.
200 mannen wisten van niets. Ze zaten niet in het complot.
Achitofel.
Achitofel, opa van Bathseba.
Familiewraak, eerwraak.
Onheil brengen.
In Hebreeuws zie je dat "onheil" terugslaat op hét kwaad dat Nathan in 2 Samuel 12:10 uitsprak. David herkende dat.
Te voet:
beter: in zijn gevolg.
Ze volgden David op de voet.
David dacht niet aan 2 Samuel 12:12 en liet zijn bijvrouwen achter in Jeruzalem.
Verre huis.
Het laatste huis voordat ze Jeruzalem verlieten.
Krethi en Plethi.
De Krethi en de Plethi vormden de lijfwacht.
Na de Dorische volksverhuizing zochten de Kariërs (Krethi) en de Pelasgen , de latere Filistijnen, (Plethi) een goed heenkomen in Kanaän.
Ze namen de Kretenzische en Myceense beschaving mee.
Gethieten.
Dit kan een groep trouwe Filistijnen zijn uit Gath.
Ithaï uit Gath.
Hij is gevlucht uit Gath en dient met 600 mannen de Koning David.
Vroeger was het anders. Toen diende David met 600 man Achis, de koning van Gath.
Zadok .
Deze priester wordt in de tijd van Salomo hogepriester. Dan is Abjathar afgezet.
In Ezechiel 48:11 komen we nakomelingen van Zadok tegen in de 3e tempel.
Abjathar.
Hij was de enige overlevende priester na de priestermoord in Nob.
Hij was de laatste priester uit het geslacht van Eli.
Hier is hij de hogepriester in de nieuwe tabernakel in Jeruzalem. Daar had David de ark heen gebracht.
Bent u niet een ziener?
Een ziener is een profeet.
Ook Samuël was een ziener.
In de Septuaginta staat: "let goed op".
Dat klopt beter met het volgende.
Olijfberg.
Achitofel.
Zeer deskundig raadgever. Als men hem raadpleegde was het alsof men naar Gods woord vroeg.
Maak de raad tot dwaasheid.
God verhoort dit gebed van David.
Aanbidden.
Uit de grondtekst kan men lezen dat men op de top van de Olijfberg offerde en aanbad. Zulke altaren waren er veel in Israël.
Husaï.
Een oude raadgever van David uit de stam Efraïm.
De vriend van David.
Absalom wist heel goed dat Husaï een echte vriend van David was.