Hoofdstuk 15


Vers 1

Paarden.

Absalom had paarden.

Hij handelt tegen Deuteronomium 17:16.

Hij vervult 1 Samuel 8:11.

David zelf reed op een muildier.



Vers 2



Vers 7

Na 40 jaren.

Hebron.



Vers 9

Was daar wrok tegen David? Hebron was geen hoofdstad meer. Het was ook zijn geboortestad.



Vers 11

200 mannen.

200 mannen wisten van niets. Ze zaten niet in het complot.



Vers 12

Achitofel.

Achitofel, opa van Bathseba.

Familiewraak, eerwraak.



Vers 14

Onheil brengen.

In Hebreeuws zie je dat "onheil" terugslaat op hét kwaad dat Nathan in 2 Samuel 12:10 uitsprak. David herkende dat.



Vers 16

Te voet:

beter: in zijn gevolg.

Ze volgden David op de voet.

David dacht niet aan 2 Samuel 12:12 en liet zijn bijvrouwen achter in Jeruzalem.



Vers 17

Verre huis.

Het laatste huis voordat ze Jeruzalem verlieten.



Vers 18

Krethi en Plethi.

De Krethi en de Plethi vormden de lijfwacht.

Na de Dorische volksverhuizing zochten de Kariërs (Krethi) en de Pelasgen , de latere Filistijnen, (Plethi) een goed heenkomen in Kanaän.

Ze namen de Kretenzische en Myceense beschaving mee.


Gethieten.

Dit kan een groep trouwe Filistijnen zijn uit Gath.



Vers 19

Ithaï uit Gath.

Hij is gevlucht uit Gath en dient met 600 mannen de Koning David.

Vroeger was het anders. Toen diende David met 600 man Achis, de koning van Gath.



Vers 24

Zadok .

Deze priester wordt in de tijd van Salomo hogepriester. Dan is Abjathar afgezet.

In Ezechiel 48:11 komen we nakomelingen van Zadok tegen in de 3e tempel.


Abjathar.

Hij was de enige overlevende priester na de priestermoord in Nob.

Hij was de laatste priester uit het geslacht van Eli.

Hier is hij de hogepriester in de nieuwe tabernakel in Jeruzalem. Daar had David de ark heen gebracht.



Vers 27

Bent u niet een ziener?

Een ziener is een profeet.

Ook Samuël was een ziener.

In de Septuaginta staat: "let goed op".

Dat klopt beter met het volgende.



Vers 30

Olijfberg.

  1. Hier wordt de Olijfberg genoemd. David weende.
  2. In Zacharia 14:4 wordt de Olijfberg opnieuw genoemd, de berg waar Jezus wederkomt.
  3. Het is ook de Olijfberg waar Jezus weende over Jeruzalem.
  4. Jezus weende ook in Getsemané, op de Olijfberg.
  5. Jezus sprak hier zijn rede over de eindtijd uit. Mattheus 24.



Vers 31

Achitofel.

Zeer deskundig raadgever. Als men hem raadpleegde was het alsof men naar Gods woord vroeg.

Maak de raad tot dwaasheid.

God verhoort dit gebed van David.



Vers 32

Aanbidden.

Uit de grondtekst kan men lezen dat men op de top van de Olijfberg offerde en aanbad. Zulke altaren waren er veel in Israël.


Husaï.

Een oude raadgever van David uit de stam Efraïm.



Vers 37

De vriend van David.

Absalom wist heel goed dat Husaï een echte vriend van David was.



<