Verbond.
In dit hoofdstuk komt het woord verbond 7x voor.
In Genesis 15+17 (verbond met Abraham) komt het woord 14x voor.
Leven door de dood van een ander.
2 t/m 7 zijn Noachitische wetten om te leven tot eer van God.
De mens leert dat hij leeft door de dood van een ander.
Vrees en schrik.
Die angst was er ws vóór de zondvloed nog niet bij de dieren.
Alle dieren eten.
In Leviticus 11 komt God op dit vers terug. Daar wordt het beperkt: alleen reine dieren eten. Voor de gezondheid is het beter.
Géén bloed eten.
Er waren reine en onreine dieren. Dat zie je in de ark.
Niet eten van bloed geldt voor alle mensen.
God eist vergelding.
God eist in Exodus 21:28-29 dat het dier gedood wordt, dat een mens doodde.
Vergrijp je niet aan Gods beelddrager.
Beeld van God: een vergrijp aan de mens is daarom vergrijp aan de goddelijke majesteit.
Mens is Gods beelddrager, Zijn stadhouder. Een gezagsdrager namens God.
Wel een beelddrager, maar helaas niet meer naar de gelijkenis van God.
Het eerste morele principe.
Hier staat het eerste morele principe in de Thora.
Anatol Rapaport ontwikkelde een computerprogramma Tit-for-Tat. Dat bewees dit morele principe en leverde wetenschappelijk bewijs voor de juistheid.
Martin Novak verbeterde dit computerprogramma. In zijn "generous" (1989) bouwde hij een element van vergeving in.
Die goddelijke vergeving staat al in
Zo zijn de 2 belangrijke principes van het Noachitische verbond ook de eerste 2 principes die door computersimulaties zijn aangetoond.
De regenboog.
Gods regenboog heeft 7 kleuren. De lhbti-boog heeft 6 kleuren. 6 is het getal vd mens.
Het evangelie in kleur.
Rood is beeld vd zonde.
Via oranje en geel gaat het naar groen, beeld vh leven.
Jezus stierf voor de zonde om ons het leven te geven. Onder het groen komen dan de hemelse kleuren: lichtblauw, indigo, en purper.
Purper wijst op het koningschap van Jezus.
Eeuwig = ôwlâm= lange tijd.
Oudste en jongste.
Dronken en naakt.
Noach wandelde met God.
Noach was de enige die God wilde redden, samen met zijn gezin.
Juist deze rechtvaardige verlaagt zich. Hij wordt dronken en ontkleedt zich.
Cham eert zijn vader niet.
Waarschijnlijk heeft Kanaän zijn vader Cham gewaarschuwd. De vloek treft Kanaän. Genesis 9:25.
Noach richt zich tot Kanaän, de zoon van Cham, en bedoelt zo het hele geslacht van Cham. Cham was al gezegend in Genesis 9:1.
Hem had aangedaan.
We lezen helaas niet dat Noach zelf in de schuld kwam.
Cham was gezegend.
God zegende ook Cham.
God neemt Zijn zegen niet terug.
Daarom wordt de zoon van Cham vervloekt.
Mogelijk was Kanaän betrokken bij de ontdekking van de naakte Noach. Misschien tipte hij Cham wel.
Vervloekt is Kanaän.
Een vloek over iemand uitspreken kan grote gevolgen hebben, zoals hier.
Daarom mocht Bileam ook geen vloek over Israël uitspreken.
God sprak ook vervloekingen uit over Israël. Ze staan in Deuteronomium 28. Die zouden hen treffen als ze God niet dienden.
Voorbeelden van vloeken.
Vervloeking in de naam van God of goden vinden we in:
De tenten van Sem.
Sem is o.a. de vader van de Joden. De nakomelingen van Jafeth, de heidenvolken, worden uitgenodigd om zich bij Sem, en de God van Sem, te voegen.
Dat wordt in het NT herhaald.