Hoofdstuk 8


Vers 1

Noach, beeld van Israël

Noach werd gered, niet vóór de zondvloed, maar dóór de zondvloed. Zo wordt Israël gered door de grote verdrukking.


Henoch, beeld van de gemeente

Henoch werd gered vóór de zondvloed. Hij werd opgenomen. Zo ook de gemeente, die wordt opgenomen vóór de grote verdrukking.



Vers 4

17e vd 7e maand.

17 Tisri was vóór Exodus nog de 17e vd 1e maand. Pas bij de uittocht wordt Tisri de 7e maand. De ark rustte dus op Ararat op 17 Abib. Dat is de opstandingsdag van Jezus. Dat was een nieuw begin. Dat is het hier ook.


Gebergte van Ararat.

Er staat "gebergte". Dat betekent dat er meerdere bergen in aanmerking kunnen komen om landingsplaats vd ark te zijn.



Vers 6

De raaf.

Ongeveer de 10e vd 11e maand laat Noach de raaf los.



Vers 13

Eerste dag van eerste maand.

Op 1 Tisri, dus op de datum van het latere bazuinenfeest.

Dat is de 1e dag van een nieuw jaar.



Vers 14

De aarde weer droog.

Na 1 jaar+10 dagen.



Vers 16

Ga uit de ark.

Noach kreeg bevel om in en om uit de ark te gaan.

Noach staat model voor bijbelse gehoorzaamheid.



Vers 20

Bij brandoffer wordt alles verbrand. Doel is verzoening.



Vers 21

Aangename geur.

Verbrand vlees stinkt, maar in het Hebreeuws geeft het aan dat het Gods boosheid kalmeerde. Zo deed het offer van Christus ook.


Noachitische geboden.

  1. Geen afgodendienst.
  2. Geen godslastering.
  3. Géén moord.
  4. Geen incest.
  5. Geen diefstal.
  6. Verbod om een dier te verminken.
  7. Gebod van eerlijke rechtspraak.



<