Hoofdstuk 43


Vers 7

Die man.

=Jozef.



Vers 8

Juda is weer terug.

Juda was uit de familiekring vertrokken.

Nu is hij weer terug.



Vers 9

Borg zijn.

Juda is hier type van Christus. Juda stelt zich met Zijn eigen leven garant voor Benjamin.

Zo is Jezus met Zijn eigen leven borg voor ons.



Vers 10

Al twee keer terug geweest.

Jakob heeft dus lang tegen gestribbeld.



Vers 11

Ondanks de hongersnood was er nog wel wat te eten.

Noten, honing.



Vers 14

God de almachtige.

Jakob verwacht de hulp in de eerste plaats van God. God had immers beloofd om hem te zegenen.



Vers 29

Jongste broer

Volgens Genesis 46:21 had Benjamin al 10 zonen, of 10 nakomelingen.



Vers 32

Een gruwel.

Maar...welk vee liet Jozef slachten?

In het oude Egypte waren bepaalde dieren heilig, maar niet elk dier van die soort.
Bijvoorbeeld:

Maar:
Niet elk rund was heilig.
Egyptenaren aten gewoon rundvlees.
Heiligheid was vaak plaatsgebonden.
Dus het slachten van een rund was niet automatisch een religieuze overtreding.



Vers 33

Jozef zette de broers op leeftijd. Ze waren daarover heel verwonderd. Hoe wist de onderkoning dat?



Vers 34

Vijf keer.

In Egypte was 5 een bijzonder getal, want ze kenden 5 planeten.


Waarom doet Jozef dit?

Hij wil weten of de broers veranderd zijn.

Hij wil kijken of ze jaloers worden.



<