Hoofdstuk 42


Vers 1

Niemand wil naar Egypte.

Ze willen niet het risico lopen om Jozef te ontmoeten.



Vers 4

Benjamin.

Jozef was 30 toen hij onderkoning werd.

Dit 2e jaar van de honger was het negende jaar dat Jozef onderkoning was, dus hij was 39 jaar.

Benjamin werd waarschijnlijk geboren toen Jakob al 10 jaar in Kanaän was. Dus Jozef en Benjamin scheelden ongeveer 16 jaar.

Benjamin was nu 23 jaar.

Maar... volgens Genesis 46:21 en 1 Kronieken 7:6 had Benjamin 10 zonen +... toen hij naar Egypte kwam.

Waarschijnlijk verschilden Jozef en Benjamin dus minder in leeftijd.



Vers 6

Ze bogen voor Jozef.

Hier zag Jozef de eerste vervulling van zijn dromen.



Vers 8

Kenden hem niet.



Vers 11

Zonen van één man.

Ze bedoelen: wij zijn géén spionnen. Eén man stuurt toch niet 10 zonen op spionage. Dat is toch een veel te groot risico.

Het zijn dus niet 10 mannen die met elkaar een verbond hebben gesloten om Egypte te bespioneren.


Eerlijke mannen.

Jozef wil uitzoeken of ze werkelijk eerlijk zijn.



Vers 18

Ik vrees God.

Dat is een bron van rechtvaardigheid en een garantie voor humaniteit.



Vers 21

Wij zijn schuldig.

Het geweten van de broers gaat spreken.

Ze erkennen hun schuld en dat raakt Jozef. Hij huilt ervan.



Vers 22

Ruben.

Jozef hoort nu (opnieuw?) de goede bedoeling van Ruben. De broers wisten niet dat Jozef hen verstond, want Jozef sprak via een tolk.



Vers 24

Simeon.

Simeon was, na Ruben, de oudste.



Vers 25

Nieuwe beproeving.

Jozef wil weten hoe eerlijk de broers zijn.

Hoe gaan ze om met het geld dat ze in hun zak vinden?



Vers 28

Dit is Gods werk.

De broers merken op dat dit niet toevallig is. God bezoekt hun zonden van 22 jaren geleden.



Vers 36

Jullie beroven mij..

Vindt Jakob zijn zonen ook eerlijke mannen?

Zijn vertrouwen in hen is vaak teleurgesteld.



Vers 37

2 zonen doden.

Ruben wil Jakob duidelijk maken, dat hij alles op alles zal zetten om Benjamin weer thuis terug te brengen.



Vers 38

Alleen overgebleven.

Hij is nog de enig overgebleven zoon van Rachel.


In het graf

Letterlijk: sheool= dodenrijk.

Men zag de "sheool" onder de aarde.

Ook Jezus ging naar het hart van de aarde.



<