Hoofdstuk 36


Vers 2

Genesis 26:34 aantekeningen


Dochter van Zibeon.

Als we Genesis 36:24 lezen, dan is het logischer om te lezen "kleindochter".

Zibeon heet in vers 29 een Horiet.



Vers 4

Kinderen van Elifaz staan vanaf vers 11.


Kinderen van Rehuël staan vanaf vers 13.



Vers 5

In het land Kanaän.

Deze kinderen werden geboren toen Ezau nog bij Izak woonde.



Vers 8

Seïr.

Daar woonde de schoonfamilie van Ezau.

Seïr was een Horiet.



Vers 12

Amalek.



Vers 14

Dochter van Zibeon.

Kleindochter.



Vers 15

Stamhoofden.

Dit zijn kleinzonen van Ezau.



Vers 16

Korach.

Was een zoon van Aholibama volgens vers 18.



Vers 17

Dit zijn ook kleinzonen van Ezau, nakomelingen van zijn vrouw Basmath.



Vers 20

Schoonvader van Ezau.

Ana en Zibeon waren de namen van de schoonvaders van Ezau.

Er was ook nog een Ana, zoon van Zibeon.

Hier wordt ook de vrouw van Ezau als dochter genoemd. Deze Ana is de schoonvader. Hij was de ontdekker van de warmwaterbronnen.



Vers 22

Timna.



Vers 24

Warmwaterbronnen.

Kenmerken:


Hebreeuws detail (interessant!)
Het woord dat hier gebruikt wordt is הַיֵּמִים (ha-yēmîm).
Dat is opvallend, want het betekent letterlijk iets als “dé warme wateren” en komt maar één keer zo voor in de Bijbel. Dat onderstreept dat het om een bijzondere, bekende plek ging.



Vers 31

Voorspelling van Mozes.

Mozes voorzegt hier al dat er ook koningen in Israël zullen zijn.



Vers 32

Koningen gekozen

Niet de prinsen volgden op, maar de stammen kozen een koning. Daarom ook steeds een andere hoofdstad.



Vers 43

Stamhoofden en woongebieden.

De nakomelingen van Ezau hebben zich geografisch en politiek veel eerder gevestigd dan de nakomelingen van Jakob.

De weg er heen was voor Israël ook veel ingewikkelder: onderdrukking, bevrijding, woestijnjaren, veel strijd.



<