Genesis 26:34 aantekeningen
Dochter van Zibeon.
Als we Genesis 36:24 lezen, dan is het logischer om te lezen "kleindochter".
Zibeon heet in vers 29 een Horiet.
Kinderen van Elifaz staan vanaf vers 11.
Kinderen van Rehuël staan vanaf vers 13.
In het land Kanaän.
Deze kinderen werden geboren toen Ezau nog bij Izak woonde.
Seïr.
Daar woonde de schoonfamilie van Ezau.
Seïr was een Horiet.
Amalek.
Dochter van Zibeon.
Kleindochter.
Stamhoofden.
Dit zijn kleinzonen van Ezau.
Korach.
Was een zoon van Aholibama volgens vers 18.
Dit zijn ook kleinzonen van Ezau, nakomelingen van zijn vrouw Basmath.
Schoonvader van Ezau.
Ana en Zibeon waren de namen van de schoonvaders van Ezau.
Er was ook nog een Ana, zoon van Zibeon.
Hier wordt ook de vrouw van Ezau als dochter genoemd. Deze Ana is de schoonvader. Hij was de ontdekker van de warmwaterbronnen.
Timna.
Warmwaterbronnen.
Kenmerken:
Hebreeuws detail (interessant!)
Het woord dat hier gebruikt wordt is הַיֵּמִים (ha-yēmîm).
Dat is opvallend, want het betekent letterlijk iets als “dé warme wateren” en komt maar één keer zo voor in de Bijbel. Dat onderstreept dat het om een bijzondere, bekende plek ging.
Voorspelling van Mozes.
Mozes voorzegt hier al dat er ook koningen in Israël zullen zijn.
Koningen gekozen
Niet de prinsen volgden op, maar de stammen kozen een koning. Daarom ook steeds een andere hoofdstad.
Stamhoofden en woongebieden.
De nakomelingen van Ezau hebben zich geografisch en politiek veel eerder gevestigd dan de nakomelingen van Jakob.
De weg er heen was voor Israël ook veel ingewikkelder: onderdrukking, bevrijding, woestijnjaren, veel strijd.