Hoofdstuk 30


Vers 1

Dan sterf ik.

Bij Benjamins geboorte sterft ze.



Vers 3

Op mijn knieën.

Ze kan dit kind, als haar eigen kind, op schoot nemen.



Vers 6

Of: volgens haar recht noemde Rachel hem Dan.(=rechter)



Vers 8

Een zware strijd.

Letterlijk:

Naftali.

= mijn strijd.



Vers 11

Gad.

= geluk.



Vers 13

Aser.

= gelukkig.



Vers 14

Liefdesappels.

Mandragora officinalis.

Alruin met paarsblauwe bloemen, een plant uit de nachtschadefamilie.

Gele, appelvormige vruchten, die aantrekkelijk zoet ruiken.

De wortels lijken iets op mannetjes.

Vruchtbaarheidbevorderend.

In het Hebreeuws: dûdā’îm = liefde, minnaar.



Vers 18

Issaschar.



Vers 20

Zebulon.

= woning.



Vers 21

Dina.

= dat is het oordeel.



Vers 24

Jozef.

Rachel vraagt om nog een zoon: toevoegen.

Jozef is type: Jezus neemt onze zonde weg en voegt ons toe bij Zijn rijk.

Jozef brengt later ook brood aan de wereld. Jezus ook.

Jozef ontmoet Zijn broers. Zo gaat Jezus zich ook aan Zijn broeders, Israël, openbaren.



Vers 26

Mijn kinderen.

Jakob was 14 jaren bij Laban. Hij was 7 jaren getrouwd. Hij had nu 11 zonen en 1 dochter.

De kinderen waren allemaal nog heel jong.

Lea had 7 kinderen in 7 jaren.

Hoe kan Lea 7 kinderen krijgen in 7 jaren in een tijd zonder flesvoeding?

Met kortere borstvoedingsperiodes, en de hulp van voedsters kan dit mogelijk verklaard worden.

We kunnen hier ook een bijzondere zegen van God zien. Hij maakte Lea vruchtbaar en voorzag ook in de voeding voor de baby's.


Uitleg van C.F.Keil.

Lea had 4 zwangerschappen snel achter elkaar. Rachel geeft Bilha aan Jakob al tijdens de derde zwangerschap van Lea, zodat Dan ouder is dan Juda en Naftalie maar iets jonger dan Juda. Lea geeft Zilpa aan Jakob, maar voordat Zilpa haar 2e zoon Aser baart, is Lea weer in verwachting en baart in het 6e en 7e huwelijksjaar Issaschar en Zebulon. C.F.Keil laat Dina ná het zevende huwelijksjaar geboren worden.

De bijbeltekst is dan niet chronologisch, maar thematisch gerangschikt.



Vers 32

Ik zal vandaag..

Jakob wil de kudde scheiden, maar Laban doet dat liever zelf. Dat zal hij heel nauwkeurig hebben gedaan.



Vers 35

Onder de hoede van zijn zonen.

Laban gaf de kudde van Jakob over aan de zorg van Labans zonen en hij zorgde ervoor dat geen gevlekte of bonte ram of bok in de buurt kwam van zijn eigen kudden. De afstand tussen de beide kudden maakte Laban minstens 3 dagreizen.

Jakobs oudste zoon was nog geen 7 jaar oud.



Vers 37

Geschilde takken.

Amandeltakken: bevatten bitterstoffen die het zenuwstelsel kunnen prikkelen.

Populier en plataan: bevatten fenolen, flavonoïden en tannines — sommige van deze stoffen zijn licht stimulerend of samentrekkend.



Vers 38

De geschilde takken.

Jakob gebruikt de geschilde takken om stoffen in het drinkwater te brengen waardoor de bronstigheid van de sterke dieren vergroot wordt. De sterke dieren paren daardoor vaker. Hij kiest bewust de sterkste dieren voor de takken.

Het kan gaan om geur, smaak, of stoffen die hormonen beïnvloeden.


Bovendien wist hij na veertien jaar wel welke dieren de meeste kans gaven op gevlekte nakomelingen.

Bij twee heterozygoten is de kans 50%.

Door Gods zegen werd dat veel meer dan 50%.

Daarvoor had Jakob een belofte van God gehad tijdens een droom.



Vers 39

Geschilde stokken.

De oosterse gedachte was, dat hetgeen de dieren tijdens de paring zagen, gevolg had voor de nakomelingen.


Maar...niet de stokken deden het.
Gód deed het.
Jakob gebruikte middelen, maar God bepaalde de uitkomst.

God is de rechtvaardige Rechter, niet Jakob de slimme fokker.

God werkt door menselijke middelen
Net als bij:

De middelen lijken iets te doen, maar hebben geen kracht in zichzelf.

Belangrijk.

Genesis 30:37-39 leert niet hoe je dieren fokt, maar hoe God zijn belofte bewaart ondanks menselijk handelen, bijgeloof en onrecht.



Vers 41

Bronsttijd.

Voor de zwakke en sterke dieren is de bronsttijd gelijk.

Jakob lette op de sterke dieren, op conditie. Conditie beïnvloedt wel vruchtbaarheid en timing. Jakob zette de sterke dieren apart. Het is selectieve foklogica.


Sterke dieren.

Maar...

niet de stokken bepaalden het succes, maar de zegen van God.



<