Hoofdstuk 27


Vers 1

Leeftijden.

Izak is 137.

Ezau en Jakob zijn 77.


Berekening:

Jozef was 30 toen hij

onderkoning werd. Na

7 jaren overvloed en 2 jaren honger komt Jakob naar Egypte. Jozef is dan 39.

Dan is Jakob 130 volgens

Als Jozef wordt geboren is Jakob 130-39=91.

Dan zijn de 14 jaren om waarin hij voor zijn vrouwen werkte.

6 jaar ná Jozefs geboorte trekt Jakob weg bij Laban. Jakob is dan 97.

20 jaar eerder (Genesis 31:41) kwam hij bij Laban, dus was toen 77.



Vers 4

Ik zal je zegenen.

Izak negeert Gods woord aan Rebekka.

Ezau zegt niets over de verkoop vh eerstgeboorterecht. Ezau achtte zijn eed ook niets.



Vers 7

Voor het aangezicht van de HEERE.

= In opzien tot God.

Zegenen in Gods naam, alsof God zelf jou zegent.



Vers 11

Jakob wijst wel op gevaar, maar niet op het zondige.



Vers 12

Vloek

Een verderfbrengende uitspraak.

Vgl. De vloek waarvoor Bileam gevraagd was.



Vers 13

De vloek

Rebekka brengt de vloek, als die komt, over zichzelf.



Vers 16

Geitenvel.

Angora-geiten hebben zacht, zijdeachtig haar. Het lijkt veel op mensenhaar.



Vers 18

Hoe oud was Jakob toen?

Jozef was 30 jaar toen hij onderkoning werd.

7 jaren van overvloed+2 jaren honger. Jozef is dus 39 als Jakob naar Egypte komt.

Jakob stierf op 147 jarige leeftijd. Toen was hij 17 jaar in Egypte.

Dus Jakob was 130 toen hij naar Egypte kwam.

130-39= 91

Toen Jakob 91 jaar was, was hij nog bij Laban. Toen werd Jozef geboren. Jakob ging daarna werken voor zijn kudden.

Zes jaar na de geboorte van Jozef trok Jakob naar Kanaän. Toen was hij dus 97. Hij was 20 jaar bij Laban. 97-20=77 Dus Jakob bedroog zijn vader toen hij ongeveer 77 jaar was.



Vers 20

Gods naam wordt gebruikt om de zonde te verbergen.



Vers 23

Niet herkend.

Daar zorgde God voor. Anders had een geoefend herder dit snel doorgehad.



Vers 27

Izak zegende hem.

Izak zegende Jakob 2x.

De tweede keer staat in

In Hebreeen 11:20 staat dat Izak in gelóóf zegende. Hij dacht híér echter dat hij Ezau zegende. Het gaat in Hebreeen 11 waarschijnlijk over de zegen van

Daar krijgt Jakob de zegen van Abraham. Daar plaatst Izak Jakob in de lijn van de beloften. Dan zegent Izak in geloof.


De eerste zegen was een gestólen zegen. Die ging over rijkdom, voorspoed en macht.

Die zegen geeft Jakob weer aan Ezau terug in

Op grond van de twééde zegen kon Jakob zeggen: "Ik heb alles".


De geur van mijn zoon.

Jakob had de kleren van Ezau. Izak rook zijn geliefde zoon.

Zo moeten wij ons met Christus bekleden.

Zo ruikt God de Vader de geur van Zijn geliefde Zoon.



Vers 29

Wie u zegent.

We moeten ook Israël zegenen.

Zegen voor Israël is ook zegen voor de heidenen.



Vers 34

Bittere schreeuw.



Vers 36

Jakob betekent: hij bedriegt.



Vers 37

Al zijn broers.



Vers 39

Van de vruchtbare streken.

van - Of: vér van.

zie ook de laatste regel van dit vers.



Vers 40

Ezau's zegen.

2 mogelijkheden:

  1. Jakob dienen, erkennen.
  2. Jakobs juk afwerpen, strijden.

Ezau kiest mogelijkheid 2.

Daarom kiest "de man" ook voor de nachtelijke strijd. Jakobs tegenstander is waarschijnlijk de engel, de demon, van Ezau. Die wil ook weg als het licht wordt. Jakob wint en dwingt zijn tegenstander om hem te erkennen.

(Mogelijkheid 1).

Ook in de verdere geschiedenis kiest Ezau steeds voor "de strijd".


In Genesis 33:10 zegt Jakob dat hij Ezau's gezicht zag toen hij streed met de man, de engelvorst. Die engelvorst van Ezau nam welgevallen aan Jakob en dat doet Ezau nu ook bij de ontmoeting met zijn broer.



Vers 41

Dan zal ik Jakob doden.

Ezau was waarschijnlijk een impulsieve man, snel boos, maar ook weer snel vergeten.

Als hij na 22 jaar Jakob ontmoet lezen we niets over wraak.



Vers 43

Haran.

Deze plaats ligt in Syrië.

Daar woonde Laban de Syriër.

Dat was ook de geboortestreek en het vaderland van Abraham.



Vers 44

Enige tijd.

Het worden 20 jaren.

Rebekka ziet Jakob op aarde niet meer terug.



Vers 46

Dochters van de Hethieten



<